Deze website gebruikt cookies. Ik ga akkoord met de privacy policy
OK
Filter
Milieu Sociaal Gezondheid Dierenwelzijn toon alles

Hoe werkt dat, zo'n tracé?

In een tracé volg je al scrollend de weg die een product aflegt, van de teelt tot afval. In de menubalk bovenaan klik je op de verschillende stadia in het tracé om meteen te springen naar het stadium waarin je interesse hebt. 

Linksboven staan de vier categorieën Milieu, Sociaal, Gezondheid en Dierenwelzijn. Je kunt de informatie filteren op die categorieën.

Tijdens het scrollen kom je de knop 'Laad meer info over ...'. Druk daarop om alle informatie binnen een stadium te laden.

Tussen de informatieblokjes kom je ook artikels tegen waarin onze journalisten dieper ingaan op een opmerkelijk aspect binnen het tracé van het product. 

Onderaan deze pagina kun je reacties plaatsen over de informatie die je hebt gelezen. Ook op de Community-pagina vind je mogelijkheden om je mening, aanvulling, of compliment te geven.

Veel plezier met dit tracé!

sluiten

Tracé van Koemelk

hoe werkt dit?
Milieu
Sociaal
Gezondheid
Dierenwelzijn
Milieu
Sociaal
Gezondheid
Dierenwelzijn

Tracé van Koemelk

filter: Milieu

Intro

Teelt

Mais wordt verbouwd voor veevoer.
Milieu

Water is zowel nodig als drinkwater als voor het onderhoud van de stallen. Het grootste waterverbruik ligt echter bij de teelt van de voedergewassen. Voor dierlijke producten in het algemeen is 98 procent van de watervoetafdruk gerelateerd aan het telen van voedergewassen.

Milieu

Groene, blauwe en grijze watervoetafdruk

Het totale waterverbruik van een voedingsproduct is de som van de blauwe, de groene en de grijze watervoetafdruk. 

Groen water is het regenwater dat op de velden valt. Dat is niet zo kostbaar en daarvan gebruikt een gewas het meeste. 

Blauw water is afkomstig van kunstmatige bevloeiing. Het kan geput worden uit rivieren, meren, grondwater of opgeslagen regenwater. Omdat blauw water ook gebruikt kan worden als drinkwater en in de industrie, of belangrijk kan zijn voor natuurlijke ecosystemen, is het wel kostbaar. Het gebruik van blauw water leidt vaak tot het overmatig onttrekken van water aan stroomgebieden. Dat leidt tot het verdrogen van de plaatselijke natuur. 

Grijs water zegt iets over de mate waarin het water vervuild is na gebruik. Het is de hoeveelheid water die achteraf nodig is om de concentratie van vervuilende stoffen zodanig te verdunnen dat de vervuiling teruggebracht kan worden tot water aan de kwaliteitsnormen voldoet. 

Van de 1.022 liter die gemiddeld nodig is voor de productie van een liter melk, bestaat ongeveer 84 procent uit groen water,  9 procent uit blauw water en 7 procent uit grijs water.

Bijna de helft van het energieverbruik in een melkveehouderij is toe te schrijven aan melkrobots.
Milieu

In de melkveehouderij gaat het grootste deel van de energie naar de melkmachine of -robot (43 procent) en de melkkoeltank (31 procent). Het reinigen van de koeltank en de melkmachine of -robot kost met 26 procent van het totale budget ook veel energie. De rest gaat onder andere naar de verlichting (10 procent) en de motoren en pompen (3 procent). De productie van honderd liter melk vergt ongeveer 6,02 kWh van de melkveehouderij. Dat komt overeen met de hoeveelheid energie die een zuinige koelkast op elf dagen tijd verbruikt.

Ingekuilde maïs is gedroogde maïs die vervolgens stevig is aangedrukt zodat de lucht wordt weggeperst en de maïs beter bewaard blijft.
Milieu

Gevarieerde maaltijd

In totaal eet een koe gemiddeld 55 kilogram voeder per dag en drinkt ze vijftig tot honderd liter water. Ter vergelijking: bij een douchebeurt verbruik je ongeveer 62 liter. Een groot deel van het water dat de koe drinkt gaat naar haar melk.

Het voeder bestaat voor ongeveer vijf kilogram uit krachtvoeder en voor vijftig kilogram uit ruwvoeder. De term ruwvoeder verwijst naar vezelrijke gewassen die de boer zelf kan telen. De koe krijgt het ruwvoeder onbewerkt (of na een kleine bewerking) voorgeschoteld. Er is evenwel een verschil tussen het ruwvoeder in de zomer en dat in de winter. In de zomer gaan de meeste koeien de wei op en eten ze vers gras. In de stal krijgen ze ingekuilde maïs en ingekuild gras. Voor het inkuilen wordt de maïs geoogst en in zijn geheel – kolf, bladeren en stengel – gehakseld. Vervolgens wordt de maïs gedroogd, op een hoop geharkt en stevig aangedrukt. Bij het aandrukken wordt de lucht weggeperst, zodat de maïs beter bewaard blijft. De melkzuurbacteriën, die van nature aanwezig zijn, zorgen voor fermentatie. Het gras doorloopt dezelfde procedure. Een ingekuild gewas kan maandenlang bewaard worden. In de winter eet de koe naast kuilmaïs en -gras ook bieten(pulp) en bierdraf (kaf gerstekorrel, onopgeloste eiwitten en moutkiemen).

Krachtvoeder voor melkkoeien bevat onder meer tarwe, maïs, sojaschroot, koolzaadschroot en bietenpulp. Er kunnen ook allerlei restproducten van de voedingsindustrie in verwerkt zijn zoals aardappelschillen, appelschillen en restproducten van de bio-ethanolindustrie. Sommige krachtvoeders bevatten zelfs toegevoegde vitaminen en mineralen

Een biologisch melkveebedrijf is verplicht de koeien biologisch geteeld voeder te geven. Minstens 60 procent van het voer moet het bedrijf zelf kweken, of kopen bij een biologisch bedrijf uit de regio.

Containers met sojabonen staan in Brazilië klaar om verscheept te worden naar Europa en de Verenigde Staten.
Milieu

Soja

Tussen de 12 en 57 procent van het krachtvoeder bestaat uit sojaschroot. Dat is een belangrijke bron van plantaardige eiwitten. De hoogste percentages komen voor in eiwitcorrectors; voeders met een hoog eiwitgehalte. Dat soort voeder wordt gebruikt als aanvulling op andere voeding, die minder eiwitten bevat. 

Soja is vooral afkomstig uit Brazilië, Argentinië en de Verenigde Staten. De teelt gaat gepaard met de ontbossing van het Amazonewoud, sociaal-economische wantoestanden en overmatig gebruik van pesticiden. Ook voor de duurzame productie van vlees is de soja een pijnpunt

Om het sojaprobleem aan te pakken, werken de Vlaamse overheid en de veevoederindustrie samen aan het Actieplan Alternatieve Eiwitbronnen (AAE). Mogelijke oplossingen zijn lokaal geteelde soja en andere eiwitrijke gewassen zoals klaver, erwt, veldboon en lupine. Andere eiwitbronnen zijn restproducten van de voedingsindustrie, die nu nog als afval gelden. Met lokaal geteelde gewassen beperk je ook de CO2-uitstoot die gepaard gaat met transport.

Een derde van het graan dat wereldwijd wordt geteeld is bestemd voor veevoer.
Milieu

Graan

Soja is niet het enige controversiële bestanddeel van het runderrantsoen. Vee consumeert meer dan een derde van het graan dat wereldwijd geteeld wordt. Maar liefst 40 procent daarvan gaat naar herkauwers, voornamelijk runderen. Dat is jammer, want dat graan zou ook door mensen gegeten kunnen worden. Duurzamer is om runderen te voeden met gewassen die onverteerbaar zijn voor mensen en gekweekt worden op plaatsen waar onze voedingsgewassen slecht groeien. Graan is vooral een belangrijk onderdeel van het rantsoen van vleeskoeien. Voor melkkoeien is graan van minder groot belang.

Milieu

Verspilling indijken

Koeien zijn, net als andere warmbloedigen, geen zuinige dieren. Meer dan de helft van het voedsel dat ze eten, gaat verloren in de vorm van lichaamswarmte.Van wat overblijft, zet de koe twee derde om in mest en methaan. Slechts een derde gaat naar vlees of melk. Een manier om de verspilling te beperken, is door het beter benutten van mest. (zie verder)

Milieu

Koeien en broeikasgassen

Volgens de Wereldvoedselorganisatie FAO stoot de veehouderij wereldwijd 14,5 procent van alle broeikasgassen uit. Broeikasgassen zijn mee verantwoordelijk voor de klimaatveranderingen. Als je kijkt naar de uitstoot binnen de veehouderij, is melkvee verantwoordelijk voor 21 procent van de uitstoot en rundvlees voor 41 procent. Koeien zorgen voor meer uitstoot dan varkens (9 procent) en gevogelte (8 procent). 

Het aandeel van de verschillende sectoren in de broeikasgasemissie verschilt per regio. Voor Vlaanderen is het aandeel van de veehouderij in de totale broeikasgasemissies 5,7 procent. Sinds 1990 heeft de sector een reductie van 14 procent gerealiseerd. 

Voor de productie van een kilogram halfvolle UHT-melk, worden tussen de 1,03 en 1,36 kilogram CO2-equivalenten uitgestoten. Per kilogram rundvlees is de uitstoot 22,2 tot 25,4 kilogram CO2-equivalenten. Om te compenseren voor de broeikasuitstoot van een liter melk moet je ongeveer 8 tot 11 km afleggen met de fiets in plaats van met de auto. Voor een portie rundvlees (honderd gram) is dat zeventien tot 21 kilometer. Jaarlijks drinkt de gemiddelde Vlaming 52,7 liter melk. Wie daarvoor wil compenseren moet in goede conditie zijn en ongeveer 526 kilometer fietsen!

Credit: all-creatures.org
Milieu

Methaan

In een van de vier koeienmagen zit een soort bacteriën, methanogene Archaea, die cellulose afbreekt. Cellulose is de stof waaruit de wanden van plantaardige cellen zijn opgebouwd. Dankzij die bacteriën kunnen koeien wat mensen niet kunnen: gras verteren. De bacteriën produceren methaan (CH4), een gas dat zijn weg naar buiten vindt via de ademhaling of koeienboertjes

Methaan wordt ook geproduceerd wanneer microben mest afbreken in afwezigheid van zuurstof. Dat proces vindt plaats in opgehoopte mest.

In totaal is ongeveer 70 procent van de methaanuitstoot van de veeteelt afkomstig van verteringsprocessen en zo’n 30 procent afkomstig van mestopslag.

Methaan is bepaald geen onschuldig gas: het veroorzaakt een broeikaseffect dat 28 keer groter is dan dat van CO2. Dat komt omdat methaan de warmte van de aarde beter vasthoudt. Vergelijk het gerust met hoe een trui je beter warm houdt dan een T-shirt. De vee-industrie veroorzaakt een vierde van de totale menselijke uitstoot van het broeikasgas methaan.

Het rode zeewier Asparagopsis taxiformis zou de uitstoot van methaan drastisch kunnen terugschroeven.
Milieu

Aangepast dieet

Met een aangepast dieet produceert de koe minder methaan. Vezels stimuleren de methaanproductie, maar het omgekeerde geldt voor zetmeel. Vezels in het voer zijn voornamelijk afkomstig van het ruwvoer – denk maar aan kuilgras, gras dat gedroogd en licht gefermenteerd is – terwijl de koe extra zetmeel kan binnenkrijgen via het krachtvoeder.

Ook bepaalde vetzuren, plantenextracten en probiotica zouden de methaangasproductie kunnen verminderen. Experimenten op kunstmatige koeienpensen wezen uit dat het rode zeewier Asparagopsis taxiformis de uitstoot van methaan misschien drastisch kan terugschroeven. Bij kunstpensen waaraan de onderzoekers meer dan 2 procent van het zeewier toevoegden, registreerden ze een vermindering van meer dan 90 procent. Experimenten met kunstmatige koeienpensen leveren helaas vaak spectaculairdere resultaten op dan proeven met echte koeien

Koeien fokken om voer efficiënter om te zetten in melk helpt ook, omdat de hoeveelheid methaan hetzelfde blijft, terwijl de koe meer melk produceert.

Milieu

Lachgas

Lachgas (N2O) komt vrij uit de mest van koeien en uit de bemesting voor gewassen. De veeteelt produceert minder lachgas dan methaan, maar lachgas veroorzaakt een krachtiger broeikaseffect. Een kilogram lachgas heeft in de atmosfeer het effect van 298 kilogram CO2.

Samen maken methaan en lachgas 89 procent van de landbouwuitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen uit. De rest is CO2 die vrijkomt bij het gebruik van fossiele brandstoffen, voor bijvoorbeeld transport.

Milieu

Ammoniak

Tijdens de vertering maakt de koe ook de stof ureum aan, die wordt uitgescheiden via de urine. In de uitwerpselen van de koe zit het enzym urease. Als de urine en de uitwerpselen met elkaar in contact komen, zet het urease de ureum om in ammoniak. Dat is een chemische verbinding van stikstof (N) en waterstof (H): NH3.

Een deel van de ammoniak wordt gasvormig, afhankelijk van onder andere de temperatuur van de mest. Dat gas kan nabij de stallen weer neerslaan op de bodem en in het water terechtkomen. Ammoniak wordt door oxidatie in de lucht of bodem omgezet naar salpeterzuur, wat kan leiden tot verzuring. Dat is schadelijk voor bos- en natuurgebieden. Daarnaast leidt het ammoniak tot de vermesting van de bodem en het water: een teveel aan voedingsstoffen. Dat verstoort het evenwicht van het ecosysteem en kan bijvoorbeeld in water tot algenbloei en vissterfte leiden.

In 2013 stootte Vlaanderen ongeveer 41.300 ton ammoniak uit. 91 procent daarvan was afkomstig van de landbouw. De veeteelt was verantwoordelijk voor 82 procent van de landbouwuitstoot. Runderen zijn samen met melk- en vleeskoeien verantwoordelijk voor 34 procent van de ammoniakuitstoot van de vee-industrie.

De boer kan de ammoniakuitstoot beperken door zijn koeien voer te geven dat minder eiwitten bevat. Als de koe meer eiwitten eet dan nodig, leidt dat immers tot een verhoogde ammoniakproductie. Ammoniak kan ook vrijkomen als de landbouwer zijn akkers bemest. Uit onderzoek blijkt dat verdunde mest – een deel water, twee delen mest – minder ammoniak vrijgeeft.

Milieu

Overbemesting of nuttige mest?

Koeien produceren tot wel 60 liter mest per dag, een hoeveelheid die in een middelgrote trekrugzak past. Met een productie van respectievelijk 4,5 liter en 133 gram steken varkens en kippen daar maar magertjes bij af. Te veel mest zorgt voor te veel voedingsstoffen zoals fosfaat en stikstof (bijvoorbeeld in de vorm van ammoniak) in de bodem en het water, wat slecht is voor het milieu. In het water kan het bijvoorbeeld een algenplaag veroorzaken. Daarom zijn landbouwbedrijven beperkt in de hoeveelheid mest die ze mogen gebruiken. Enkele van de maatregelen zijn dat ze jaarlijks per hectare maximum 170 kilogram dierlijke stikstof (N) uit mest aan de bodem mogen toedienen en in totaal maximum 310 kilogram stikstof van verschillende bronnen mogen gebruiken.

Samen met een grote veestapel zorgt de productie van kunstmest voor een mestoverschot. Kunstmest wordt vaak gebruikt omdat het voorlopig meer doelgericht en dus efficiënter kan worden ingezet, maar heeft een grote koolstofvoetafdruk. Minder kunstmest en efficiënter gebruik van de dierlijke mest kan een deel van het probleem oplossen. In 2015 was ongeveer 69 procent van het stikstof en 96 procent van het fosfor voor de bemesting afkomstig uit dierlijke mest. Een biologisch melkveebedrijf mag geen kunstmest gebruiken om voedergewassen te telen. 

Met de juiste aanpak is mest geen vervelende afvalstof, maar een nuttige grondstof. Een kilogram koemest levert ongeveer 1,5 gram fosfaat en 4 gram stikstof. Runderen staan in voor 50 procent van de stikstofproductie door vee in Vlaanderen en 46 procent van de fosfaatproductie. Planten hebben onder andere stikstof en fosfor nodig om te kunnen groeien, dus het is belangrijk dat we die kostbare voedingsstoffen uit de mest niet verloren laten gaan. Als er bijvoorbeeld lachgas (N2O) en ammoniak (NH3) vrijkomt uit de mest, betekent dat een verlies van stikstof (N).

Het grootste deel van de mest wordt onbewerkt gebruikt op de akkers. Zo’n 5 procent is bewerkt: bijvoorbeeld vergist, gecomposteerd of gemengd met andere soorten mest. Mest kan gecomposteerd of gefermenteerd worden om meer nutriënten te behouden en minder broeikasgassen uit te stoten. Bij beide processen wordt de mest afgebroken door micro-organismen. Het verschil is dat composteren regelmatige verluchting vraagt, terwijl fermentatie zonder zuurstof gebeurt.

Milieu

Composteren

Rundermest die gecomposteerd wordt, stoot volgens metingen in de zomer 90 procent minder methaan (CH3) uit dan onbewerkte mest. In de winter daarentegen nam de uitstoot toe met 30 procent.

De uitstoot van lachgas (N2O) is anders voor stalmest dan voor mengmest. Stalmest bevat ook stro en heeft een gehalte aan droge stof dat hoger ligt dan 20 procent. Mengmest is vloeibaarder, met minder dan 20 procent droge stof. Onderzoekers vermoeden dat mengmest die gecomposteerd wordt, meer lachgas uitstoot. Metingen van gecomposteerde stalmest tonen aan dat de lachgasuitstoot daalt met 35 procent in de zomer en met 40 procent in de winter.

Uitstoot van ammoniak neemt toe bij het composteren van stalmest: met 170 procent in de winter en met 24 procent in de zomer.

Een boer kan met een vergister biogas opwerken uit mest van zijn koeien.
Milieu

Vergisting of fermentatie

Gefermenteerde mest behoudt meer voedingsstoffen dan gecomposteerde mest. Bij het composteren gaat 20 tot 60 procent organische stof (koolstof) verloren, en 33 tot 45 procent stikstof. Bij het fermenteren is dat 10 tot 20 procent organische stof en 6 tot 10 procent stikstof. 

Met een pocketvergister kan een melkveehouder zelf energie opwekken uit de mest van zijn koeien. In 2015 gebruikten in Vlaanderen 76 landbouwbedrijven een kleinschalige vergister. In de vergister wordt de mest omgezet door bacteriën tot biogas. Biogas bestaat voornamelijk uit methaan (50-75 procent) en koolstofdioxide (25-50 procent).

Het biogas wordt vervolgens verbrand in een motor die een generator aandrijft, die de energie omzet in elektriciteit en warmte. De warmte kan bijvoorbeeld gebruikt worden om de mest in de reactor op temperatuur te houden, of om spoelwater voor de melkinstallaties op te warmen. Wat na de vergisting overblijft, heet digestaat en dat kan dan weer als meststof gebruikt worden.

Milieu

Duurzame energie uit koeienmest

Verwerking

Transport

Consumptie

Afval

Milieu

Glas

Het voordeel van glas is dat het gespoeld en opnieuw gebruikt kan worden. Dat maakt de glazen flessen evenwel nog niet per se de meest ecologische oplossing. Hoe zwaarder de verpakking, hoe meer energie het immers kost om die verpakking te vervoeren.

Milieu

Recyclage

Zowel plastic melkflessen als drankkartons moet je bij het PMD sorteren. In sorteercentra wordt de inhoud van de PMD-zak opnieuw gesorteerd.

Het sorteercentrum scheidt drankkartons handmatig of automatisch van de rest. Daarna worden ze, net als oud papier, ondergedompeld in water. Dat weekt de kartonvezels los van het plastic en aluminium. Het karton wordt gerecycleerd in onder andere toiletpapier, keukenrol, kartonnen dozen en papieren zakken. Zowel het plastic als het aluminium kan gebruikt worden door de cementindustrie. Die verbrandt het plastic als energiebron en gebruikt het aluminium als bindmiddel in de cement. Het aluminium kan ook gerecycleerd worden als grondstof voor aluminium verpakkingen. 

Plastic melkflessen worden ook handmatig of automatisch gesorteerd. In het sorteercentrum worden de plastic melkflessen vermalen en vervolgens vermalen tot schilfers. Die worden gesmolten en dienen als grondstof voor nieuwe producten. Melkflessen bestaan uit het plastic ‘hoge densiteit polyethyleen’ (HDPE). Dat kan verwerkt worden tot opbergbakken, bidons, buizen en pallets. 

Niet alle soorten plastic kunnen al gerecycleerd worden. Yoghurtpotjes en botervlootjes bijvoorbeeld niet, omdat ze gemaakt zijn van een ander soort plastic. Daarom horen ze niet thuis in de PMD-zak, maar bij de restafval. Het is tijd- en energierovend om de foute verpakkingen uit het PMD-afval te sorteren. Vandaar dat correct sorteren zo belangrijk is. Twijfelaars vinden hier de sorteerregels.

Milieu

Een filmpje over PMD en recyclage van drankkartons. Credit: Fost Plus

Een verpakking op basis van het eiwit caseïne.
Milieu

Verpakt in melk

Wetenschappers zijn op zoek naar afvalvrije alternatieven voor verpakkingsmateriaal. Een mogelijke grondstof is melk. Dat bevat caseïne, een eiwit dat gebruikt kan worden als basis voor de verpakking. Een verpakking op basis van caseïne is stevig en doorzichtig, net als plastic, maar bio-afbreekbaar en eetbaar. Het materiaal is ook vijfhonderd keer beter in het weghouden van zuurstof en houdt zo het eten langer vers. De onderzoekers voorspellen dat het verpakkingsmateriaal over drie jaar in de winkels ligt.

Milieu

​Pers de laatste yoghurt uit het pak

De Nederlandse zuivelindustrie en supermarkten deden dit jaar samen een campagne om zuivelverspilling tegen te gaan. De campagne bestaat uit een filmpje waarin getoond wordt hoe je een brik yoghurt kan vouwen om de laatste restjes eruit te persen. De truc is om de zijkanten naar binnen te duwen en de verpakking dan dubbel te plooien. In een pak dat niet goed uitgeperst wordt, blijft tot 10 procent van de yoghurt achter.

Milieu

Comments

Wij kijken uit naar jouw mening!