Deze website gebruikt cookies. Ik ga akkoord met de privacy policy
OK

Lust Minoes duurzame brokjes?

Op het kattenmenu van de toekomst staan geen tonijnkorrels, maar insecten, kweekvlees en zelfs een volledig veganistische maaltijd. Duurzame alternatieven voor conventioneel kattenvoer zijn meer dan welkom, zeggen steeds meer experts, want de milieukost van dierenvoeding blijkt veel hoger dan oorspronkelijk gedacht.

Sarah Vandoorne

Journalist - schrijft vooral over fairtrade en duurzaamheidslabels

Telkens mijn Catalaanse onderbuur zijn familie bezocht, was het aan zijn huisgenoten om voor de kat te zorgen. Toegegeven, ik deed niet het meeste werk. Maar ik had op dat moment een auto en dus ging ik, op een blauwe maandag, om drie zware zakken kattenkorrels bij een niet nader genoemde dierenspeciaalzaak. Daar stond ik dan, tussen de konijnen en het konijnenvoer, met de handen in het haar. Lola’s baasje mag dan een typische Spanjaard – fan van salchicha en andere vleselijke geneugten – zijn, ik ben vegetariër en mijn andere huisgenoot is veganist. De keuze tussen tonijn en rundsvlees, allebei goed voor een immense pootafdruk, doet ons niet watertanden. Gevogelte dan maar?

“Het is altijd kiezen tussen het welzijn van de kat en dierenwelzijn in het algemeen”

Het veggie dilemma

De Amerikaanse psycholoog Hank Rothgerber noemt dit het vegan's dilemma. Uit zijn onderzoek uit 2013, waarvoor hij 515 vegetariërs en veganisten ondervraagd heeft, blijkt dat zij zich best schuldig voelen als ze dierenvoeding aankopen voor hun huisdier. “Het is als een keuze maken tussen het welzijn van hun huisdier en dierenwelzijn in het algemeen”, vat de psycholoog samen.

Die studie heeft de Canadese dierenarts en promovenda Sarah Dodd (Universiteit van Guelph) geïnspireerd om verder onderzoek te doen naar de motivatie van huisdierhouders of huisdierouders – pet parents, zoals ze het liefkozend noemt – om hun geliefde viervoeters al dan niet vlees voor te schotelen.

In een studie uit 2019 concludeerde dr. Dodd dat driekwart van de veganistische pet parents hun katten en honden dierlijke voeding serveert. Nog eens driekwart van hen is op zich wel geïnteresseerd in een veganistisch dieet voor hun viervoeters, maar zien dat (nog) niet zitten. “Ze vinden het niet terug in de winkel, vrezen dat het te duur zou uitvallen of ze vertrouwen het niet helemaal.” Vegetariërs, flexitariërs en alleseters blijken dierlijk dierenvoedsel weinig problematisch te vinden.

Van nature voelen katten zich niet zo aangetrokken tot plantaardige voeding, al eten ze af en toe wel (katten)gras voor de voedingsstoffen of om te kunnen overgeven.

Obligate carnivoren

Vooral katten(h)ouders zijn niet erg happig om hun pluizige vrienden vegetarisch op te voeden, bleek uit een vervolgstudie van psycholoog Rothgerber uit 2014. Katten zijn obligate carnivoren: in tegenstelling tot honden, kunnen hun poezelige tegenpolen niet zonder bepaalde vitaminen en proteïnen die in de natuur enkel voorkomen in dierlijke producten – het essentieel aminozuur taurine op kop. Jarenlang hebben experts dan ook aanbevolen om katten in geen geval hun bakje vlees af te nemen.

Steeds meer academici stellen dat advies nu in vraag. Het afgelopen jaar heeft dr. Dodd vergelijkend onderzoek verricht naar de gezondheid en het welzijn van katten op een dierlijk en een plantaardig dieet. “Het gaat om een voorlopige studie, door middel van een enquête”, zegt ze er meteen bij. In de vraagstelling lette ze erop dat pas op het einde naar het dieet van de diertjes gepolst werd – “om vooringenomenheid te vermijden”. De resultaten van de studie zijn veelbelovend: op een plantaardig dieet leven katten even lang en zijn ze even gezond als echte carnivoren. “Wat meer is: spijsverteringsproblemen kwamen relatief vaker voor bij katten op een dierlijk dieet. Dat is interessant om uit te spitten in verder onderzoek.”

In navolging van dr. Dodd doet de Britse dierenarts Andrew Knight, professor Dierenwelzijn en Ethiek aan de Universiteit van Winchester, een nieuwe peiling. Volgens hem kunnen katten in principe plantaardig door het leven gaan, als ze maar de juiste voedingsstoffen binnenkrijgen. “Neem nu taurine”, geeft de professor een voorbeeld. “Dat aminozuur breekt af bij oververhitting. Bij conventioneel kattenvoer overleeft de taurine het verwerkingsproces niet. Fabrikanten moeten dus synthetische aminozuren toevoegen aan het eindproduct. Dat kunnen ze evengoed mengen in veganistisch kattenvoer.”

Plantaardige korrels bestaan, naast additieven, grotendeels uit sojaschroot, palmolie en granen. Zolang de verhoudingen goed zitten en het voedsel een volwaardige maaltijd is – consumententip van professor Knight: als een product aangeboden wordt als snoepje, is het niet volwaardig – kunnen katten zonder problemen plantaardig door het leven gaan. “Die alternatieven zijn welgekomen, want de pootafdruk van katten en honden blijkt veel groter dan gedacht.”

'Er zijn te veel katten en honden in de wereld om ze allemaal te voeden met slachtafval.'

Kleine pootjes, grote pootafdruk

Uit een studie uit 2017 van Gregory Okin, professor Duurzaamheid en Milieu in de afdeling Geografie van de UCLA, blijkt dat de milieu-impact van petfood niet te onderschatten is. In zijn thuisland, de Verenigde Staten, is een kwart van alle geconsumeerde calorieën afkomstig uit dierlijke producten bestemd voor huisdieren. Als een kwart van de dierlijke grondstoffen in kattenvoer voor de mens bestemd zouden zijn, dan zou die vleeshoop 26 miljoen Amerikanen kunnen voorzien in hun vleesbehoefte.

De appetijt van grote honden heeft de grootste milieu-impact. Een hond speelt zodanig veel vlees naar binnen dat zijn ecologische pootafdruk tien keer zo hoog is als de ecologische voetafdruk van de mens, blijkt uit onderzoek van Nederlander Pim Martens, professor Duurzame Ontwikkeling aan de Universiteit van Maastricht. “Tenminste, wat zijn voeding betreft”, verduidelijkt hij. “Als je de volledige voetafdruk van mensen vergelijkt, inclusief vervoer en huisvesting, dan is het een ander verhaal – die elementen zijn bij honden en katten uiteraard te verwaarlozen.” Volgens zijn berekeningen komt de pootafdruk van honden, afhankelijk van hun grootte, neer op 0,9 tot 3,66 hectare per jaar. Katten zijn kleiner en nemen jaarlijks 0,4 tot 0,67 hectare in. “Voeding, en dan vooral vlees, is hierbij de grootste ecologische boosdoener”, benadrukt professor Martens.

Wat voor ons geldt als 'dierlijk bijproduct' en bestemd is voor kattenvoer, wordt in andere culturen wel gegeten. Kippenhartjes bijvoorbeeld. Foto: T.Tseng

In concurrentie met de vleesafvalberg

Oorspronkelijk is honden- en kattenvoer nochtans vervaardigd uit slachtafval en organenvlees: voeding die om onder andere culturele en culinaire redenen niet voor menselijke consumptie bestemd is. Elien Van Stichel, secretaris van de Belgische Pet Food Associatie (BEPEFA), benadrukt dat het gaat om reststromen, geen afvalmateriaal. “Door bijproducten van de humane voedselketen te gebruiken, voorkomen fabrikanten dat gezonde en smakelijke ingrediënten weggegooid worden.” Mochten we dat niet doen, zou de vleesafvalberg immens zijn.

Volgens academici Knight, Dodd en Martens klopt dit niet helemaal. “Net zoals er veel mensen zijn in de wereld, zijn er heel veel katten en honden in de wereld”, zegt professor Martens. “Het zijn er zoveel dat we ze niet meer kunnen voeden met slachtafval.”

“Bovendien behandelen we onze huisdieren beter dan vroeger”, benadrukt professor Knight. “We geven meer geld uit aan katten en honden, gunnen hen een beter leven én beter eten. Veel huishoudens kiezen voor premium dierenvoedsel, dat vermarkt wordt als vlees dat ook voor mensen zou kunnen bestemd zijn. Dat staat in rechtstreekse concurrentie met onze eigen vleesconsumptie en heeft een immense milieu-impact.”

“We zijn met steeds meer mensen en we hebben maar een beperkt aantal bronnen van volwaardige eiwitten in de wereld”, vult dr. Dodd aan. “Als we als mensen niet meer genoeg eiwitten uit klassieke voedingspatronen halen, zullen die ‘bijproducten’ steeds minder als ‘bijproduct’ aanzien worden. Dan wordt de concurrentie tussen voeding voor menselijke consumptie en dierenvoeding nog groter.”

Krekelbrownies

Gelukkig zijn er, naast controversiële plantaardige alternatieven, nog tal van andere oplossingen. Als we dr. Dodd en professoren Knight en Martens mogen geloven, zullen de Lola’s van de toekomst hun eiwitbehoefte uit geheel andere bronnen halen. Insecten, bijvoorbeeld. “Krekelbrownies voor je hond of kat zijn nu al op de markt”, geeft dr. Dodd een voorbeeld.

Daar wringt volgens professor Knight het schoentje. “Het gaat veelal om snacks op basis van insecten, in plaats van volwaardige maaltijden. Daarin staan de veganistische alternatieven veel verder.” De Britse dierenarts was vorig jaar in Portugal tijdens een beurs over dierenvoeding. “Daar werden allerlei producten tentoongesteld, van larven tot insecten in poedervorm. Wat mij opviel, is dat dit erg niche bleef.”

Professor Martens voegt toe dat ook insecten geschikt zijn voor menselijke consumptie, waardoor ze opnieuw in concurrentie staan met onze eiwitbehoefte. “Insecten hebben weliswaar een minder grote pootafdruk,” gaat de prof Duurzame Ontwikkeling verder, “maar als je verder kijkt dan de belasting van het milieu, en je insecten ook als individuele levende wezens beschouwt, moet je toegeven dat je er veel meer van nodig hebt om aan evenveel eiwitten te komen als één koe.”

“Zoek op de verpakking naar beschrijvingen als 'volwaardig' en 'uitgebalanceerd.'”

Sneller kweekvlees proeven

Een andere evolutie waar dr. Dodd en professor Knight zeer enthousiast over zijn, is kweekvlees. Dat is momenteel in volle ontwikkeling: het Israëlische bedrijf Aleph Farms verwacht het rond 2023 op de markt te kunnen brengen. Of hoogtechnologisch kweekvlees “spek naar de consumentenbek” zal zijn, is maar de vraag. “Net daarom lijkt het mij aannemelijk dat huisdieren als eerste zullen mogen proeven van kweekvlees op grote schaal”, meent dr. Dodd.

“Mensen hebben graag de vlezige structuur van steaks en andere dierlijke producten”, gaat de Canadese dierenarts verder. “Ze willen voedsel dat lijkt op spiermassa, op een vorm die ze herkennen. Het eerste kweekvlees zal een geheel andere vorm hebben. Uitgerekend daarom is de huisdiervoedingsindustrie een interessante afzetmarkt: honden en katten zullen geen punt maken van de vorm van hun eten, zolang het lekker en voedzaam is.”

Momenteel is het nog bijzonder duur om kweekvlees te maken en staat de technologie nog niet ver genoeg om het op grote schaal te produceren. Volgens dr. Dodd zal niet de wetenschap of de prijs de grootste belemmering vormen om gekweekt petfood op korte termijn te produceren, maar regulering. “De instanties die petfood controleren, AAFCO in Noord-Amerika en FEDIAF in Europa, houden strikt bij welke ingrediënten fabrikanten mogen gebruiken.” Dat bevestigt BEPEFA-secretaris Van Stichel. “Fabrieksmatig bereide huisdiervoeding wordt op basis van wetenschappelijk onderzoek zeer zorgvuldig samengesteld om de optimale hoeveelheden en de juiste balans van benodigde voedingsstoffen aan te bieden.” Logisch, vindt dr. Dodd dat. “Anders zou het niet veilig zijn voor onze huisdieren. Maar het zal het vermarkten van kweekvlees wel immens vertragen.”

De eerste gekweekte hamburger belandde in 2015 in de pan.

Gekweekt muizenvlees

In het recent verschenen The Clean Pet Food Revolution, aangeraden door professor Knight, beschrijven auteurs Ernie Ward, Alice Oven en Ryan Bethencourt nog meer mogelijkheden voor de toekomst van petfood: producten op basis van gist en algen, bijvoorbeeld. Ook schimmels, zoals de koji die je terugvindt in onder andere sojasaus, zijn mogelijke vleesvervangers. Bovendien kan ook insectenvlees gekweekt worden, stellen de auteurs. Gekweekt muizenvlees, helemaal op maat van katten, is ook een mogelijkheid.

“Het blijft een nichemarkt, maar wel een die commercieel erg interessant is”, vindt professor Martens. “Niet enkel kleine startups kijken naar alternatief petfood, ook de grote bedrijven spelen erop in.” Dat bevestigt ook professor Knight. “Vroeger was de markt voor huisdieren klein. Nu steeds meer mensen geld uitgeven aan hun hond of kat, kunnen bedrijven munt slaan uit dat soort innovaties.” De Britse prof haalt er een artikel bij van Amerikaanse dierendeskundigen Ping Deng en Kelly Swanson, waarin beschreven staat dat de toekomst van petfood “enorm rooskleurig” oogt. “Vanuit commercieel oogpunt is de toekomst in elk geval verzekerd. Nu hopen dat de milieu-impact binnen de perken blijft, want daarover is het laatste nog niet gezegd.”

Foto: David Woo

Terug naar het schap

Terug naar mijn veggiedilemma. Hoe weet ik zeker, gezien er volgens professor Knight momenteel nog weinig geweten is over de ware milieu-impact van conventioneel kattenvoer, of ik er wel goed aan gedaan heb om gevogeltekorrels te verkiezen in het schap? “Heb je de zak wel omgedraaid?”, vraagt dr. Dodd. “Voor hetzelfde geld zat er 95 procent kip in jouw zak, terwijl er in die andere zak slechts vijf procent rundsvlees zat.” Niet dat het makkelijk is om af te leiden uit de ingrediëntenlijst, zegt ze daar snel bij. “Percentages staan er vaak niet op. Je krijgt enkel een idee van de proportie, omdat de ingrediënten in volgorde van grootteorde staan.”

Wat meer is: hoe kan ik zeker weten dat ik mijn kat een volwaardige maaltijd serveer? Dr. Dodd verwijst naar studies over huisdiervoeding waaruit blijkt dat sommige plantaardige petfood niet volwaardig is op vlak van voedingsstoffen. “Dergelijke tekorten zien we ook soms terug bij dierlijke voeding. Nooit vermelden de wetenschappelijke studies om welke fabrikanten het gaat.” Om te controleren of je kat haar favoriete merk veilig en voedzaam is, stelt dr. Dodd voor dat huisdierouders fabrikanten rechtstreeks aanspreken. Willen die niet antwoorden, dan kun je vermoeden dat er iets niet pluis is. “Ik voel me alleszins meer op mijn gemak als ik weet dat er een heel team van diëtisten een product checkt dan wanneer een fabrikant niet op consumentenvragen kan of wil antwoorden.”

“Dat gaat misschien wat ver voor veel consumenten”, vreest professor Martens. “Bespreek je plannen om alternatieve voeding uit te proberen liever met je dierenarts. Aanbevelingen voor een merk zullen zij waarschijnlijk niet doen, maar ze kunnen je wel vertellen waarop te letten bij de labels. Sowieso is het verstandig om zo’n dieet te vermelden, zodat je dierenarts alert is voor symptomen.”

Alice Oven, coauteur van The Clean Pet Food Revolution en masterstudent van professor Knight, beschrijft een aantal merken in het boek, maar doet evenmin concrete aanbevelingen. “Elke kat of hond is anders en kan dus anders reageren op bepaalde voeding.” Zelf probeert ze de labels te ontcijferen en let ze op of de hoeveelheid proteïnen, vitaminen en omega 3. Makkelijk om dat af te lezen is het niet, geeft ze toe. Daarom stelt ze voor om te vertrouwen op de strikte regels van FEDIAF. “Zoek naar beschrijvingen als volwaardig en uitgebalanceerd”, is haar ultieme tip. “Dat garandeert dat je huisdieren voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.”

Wil jij bijdragen aan de onderzoeksjournalistiek van Eos Tracé? Steun ons vanaf €12 per jaar.
Word lid

Bronnen

Brown WY et al: An Experimental Meat-free Diet Maintained Haematological Characteristics in Sprint-racing Sled Dogs (British Journal of Nutrition, 2009)

De Wandeleer S: Red het klimaat, geef uw huisdier insecten te eten. (De Morgen, 8/3/2019)

https://www.demorgen.be/leven-liefde/red-het-klimaat-geef-uw-huisdier-insecten-te-

De Cleene D: Wanneer ligt kweekvlees op ons bord? (Eos Wetenschap, 12/11/2019)

https://www.eoswetenschap.eu/v...

Deng P, Swanson K: Companion Animals Symposium: Future aspects and perceptions of companion animal nutrition and sustainability (American Society of Animal Science, 2015)

Dodd S, Cave N, Shoveller A, Verbrugghe A: Plant-based (vegan) diets for pets: A survey of pet owner attitudes and feeding practices (2019)

Gray C et al: Nutritional adequacy of two vegan diets for cats (Vet Med Today: Timely Topics in Nutrition, 2004)

Haerkens T: Voer moet duurzamer: ‘De ecologische pootafdruk van een hond is tien keer zo hoog als die van een mens’ (Nederlands Dagblad, 23/3/2020)

https://www.nd.nl/nieuws/nederland/961782/voer-moet-duurzamer

Knight A, Leitsberger M: Vegetarian versus Meat-Based Diets for Companion Animals (Animals, 2016)

https://www.mdpi.com/2076-2615/6/9/57/htm

Martens P et al: The Ecological Paw Print of Companion Dogs and Cats (BioScience, 2019)

https://pimmartens.info/wp-content/uploads/2019/09/biz044.pdf

Okin G: Environmental impacts of food consumption by dogs and cats (PLoS ONE, 2017)

https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0181301

Rothgherber H: A meaty metter: Pet food and the vegetarian’s dilemma (Appetite, 2013)

https://www.researchgate.net/publication/236338448_A_Meaty_Matter_Pet_Diet_and_the_Vegetarian's_Dilemma

Rothgerber H: Carnivorous Cats, Vegetarian Dogs, and the Resolution of the Vegetarian’s Dilemma. (Anthrozoös, 2014)

Swanson KS, Carter RA, Yount TP, Aretz J, Buff PR: Nutritional Sustainability of Pet Foods. (Advances in Nutrition: An International Review Journal. 2013)

Verhaeghe K: “Het belangrijkste ingrediënt van sojasaus? Tijd!” (Eos Tracé)

Vessecchi Amorim Zafalon R et al: Nutritional inadequacies in commercial vegan foods for dogs and cats (PLoS ONE, 2020)

Ward E, Oven A, Bethencourt R: The Clean Pet Food Revolution: How Better Pet Food Will Change the World Paperback (Lantern Books, 2020)

Comments

Draag bij en deel hier je kennis & ervaring. Of stel een vraag.

Bronvermelding