Deze website gebruikt cookies. Ik ga akkoord met de privacy policy
OK
Filter
Milieu Sociaal Gezondheid Dierenwelzijn toon alles

Hoe werkt dat, zo'n tracé?

In een tracé volg je al scrollend de weg die een product aflegt, van de teelt tot afval. In de menubalk bovenaan klik je op de verschillende stadia in het tracé om meteen te springen naar het stadium waarin je interesse hebt. 

Linksboven staan de vier categorieën Milieu, Sociaal, Gezondheid en Dierenwelzijn. Je kunt de informatie filteren op die categorieën.

Tijdens het scrollen kom je de knop 'Laad meer info over ...'. Druk daarop om alle informatie binnen een stadium te laden.

Tussen de informatieblokjes kom je ook artikels tegen waarin onze journalisten dieper ingaan op een opmerkelijk aspect binnen het tracé van het product. 

Onderaan deze pagina kun je reacties plaatsen over de informatie die je hebt gelezen. Ook op de Community-pagina vind je mogelijkheden om je mening, aanvulling, of compliment te geven.

Veel plezier met dit tracé!

sluiten

Tracé van Noten

hoe werkt dit?
Milieu
Sociaal
Gezondheid
Dierenwelzijn
Milieu
Sociaal
Gezondheid
Dierenwelzijn

Tracé van Noten

filter: Sociaal

Intro

Teelt

nutting stones
Sociaal

Eten uit de oude steentijd

Onze voorouders uit de prehistorie aten al noten. In 2014 ontdekten wetenschappers overblijfselen van planten en fruit op een site in Israël. Het ging onder meer om varianten van de amandel, pistache en eikel. Ze bestempelden de resten als 780.000 jaar oud, daterend uit het paleolithicum of de oude steentijd. Ook vonden ze zogenaamde nutting stones: stenen met een uitholling die onze voorouders gebruikten om de noten te kraken.

Een amandelboom voor een oude tempel op het Italiaanse eiland Sicilië.
Sociaal

In Europa zijn sporen gevonden die wijzen op notenconsumptie van zo’n 4.000 tot 8.000 jaar geleden. Onze voorouders aten beukennootjes, kastanjes en walnoten. De doppen gebruikten ze als brandstof voor het vuur. Bij de Grieken en Romeinen was de walnoot populair en de Bijbel verwijst in het Oude Testament herhaaldelijk naar amandelen, maar ook naar pistaches en walnoten. In de elfde eeuw brachten kruisvaarders marsepein, gemaakt van gemalen amandelen, mee van hun tochten naar het Midden-Oosten. 

Macadamianoten in de dop, geoogst op Hawaii.
Sociaal

Wereldwijd vijftien miljoen ton

Vijftien miljoen ton: zoveel bedroeg de notenproductie wereldwijd in 2017. Het gaat hierbij om noten in de dop. Het cijfer komt van de Food and Agriculture Organization (FAO) van de Verenigde Naties. De FAO hanteert een gemiddeld afvalpercentage van 40 procent en komt daardoor uit op een productie van 9,3 miljoen ton gedopte noten. Andere bronnen hanteren hogere afvalpercentages, soms tot 70 procent. Het totale cijfer is dus een schatting. De organisatie geeft op haar website aan dat info over noten soms karig is.

Gedopte noten in bulk te koop op een markt.
Sociaal

4,5 miljoen ton noten komt op de markt

Meer gedetailleerde cijfers zijn er te vinden bij de International Nut and Dried Fruit Council Foundation (INC). De stichting krijgt input van regionale en nationale vertegenwoordigers van notenproducenten wereldwijd, van haar eigen meer dan 800 leden, van de Verenigde Naties, de Europese Commissie en de Wereldbank. Hun cijfermateriaal brengt de oogst in beeld die effectief vermarkt wordt. Volgens de INC bedroeg de wereldwijde notenproductie in het seizoen 2018-2019 4,5 miljoen ton. Behalve voor pistaches gaat het cijfer louter om gedopte noten.

De wereldwijde notenproductie 2018-2019. Het kleinste roze deeltje bovenaan zijn paranoten, goed voor 0,4 procent. Bron: INC. Statistical Yearbook 2018-2019
Sociaal

De helft meer productie

De afgelopen tien jaar is de productie van noten met 47 procent toegenomen. In het seizoen 2008/09 kwam er 3.021.606 ton noten op de markt, in 2018/18 is dat 4.449.767 ton. Vooral de productie van macadamianoten (+57%) nam toe, maar ook die van pistaches (+44%), walnoten (+37%) en cashews (+32%). 

Amandelen worden het meest geteeld, ze vertegenwoordigen net geen 30 procent van het notenaanbod. Daarna volgen walnoten en cashews, elk goed voor bijna 20 procent van de wereldproductie. 

Een geopende peul vol paranoten op de grond.
Sociaal

Teelt van alle continenten

Noten groeien op zowat alle continenten, maar de plaats waar ze vandaag groeien, verschilt soms van hun plaats van oorsprong. Amandelen komen oorspronkelijk uit het Midden-Oosten, maar groeien nu vooral in de Verenigde Staten. De cashew is dan weer een inheemse noot uit Brazilië, toch komt het huidige aanbod voornamelijk uit Afrika en India. De walnoot groeide lang op het Europese continent, maar de commerciële teelt gebeurt nu bijna exclusief in China en de VS. De paranoot is zowat de enige noot waarvan de teelt niet is geëxporteerd. De noot gedijt alleen in het Amazonewoud.

De wereldwijde notenproductie in ton, van 2018-2019 en onderverdeeld per regio. Bron: INC. Statistical Yearbook 2018-2019
Sociaal

Noten vandaag grotendeels uit de VS en Azië

Exact 41 procent van de noten wereldwijd komt uit de Verenigde Staten. Het gaat vooral om amandelen, pistaches en walnoten. De op een na grootste speler is China met bijna uitsluitend walnoten. Turkije is de grootste leverancier van hazelnoten. India, Vietnam en Afrika zijn dat voor cashews. 

80 procent van de noten die wij eten, komt van buiten Europa. Wie dagelijks een portie gemengde noten eet, heeft de wereld in zijn hand.

Machinale amandeloogst in de Spaanse regio Aragón.
Sociaal

Hoewel walnoten en hazelnoten ook in ons klimaat gedijen, groeien Europese noten vooral in het warmere zuiden. Spanje teelt amandelen, Frankrijk walnoten en in Italië vind je hazelnoten. De Europese productie is maar een peulschil in vergelijking met het aanbod uit de VS en China. Alleen Turkije, dat weliswaar niet officieel tot Europa behoort, speelt wereldwijd mee als grootste producent van hazelnoten. Daarnaast teelt het land ook pistaches.

Deze kaart toont welke landen amandelen telen (hoe meer, hoe donkerder). Bron: FAO Statistics.
Sociaal

Amandelen uit Californië

De amandelnoot is eigenlijk het zaad van de zoete amandelboom (Prunus dulcis) en zit verborgen in de pit van de steenvrucht. 

Oorspronkelijk groeiden ze in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, nu domineert Noord-Amerika de teelt. Amandelen hebben een droog klimaat nodig met warme zomers en milde winters. 80 procent groeit in Californië in de VS, Australië levert 6 procent van de amandelen, Spanje 5 procent.

Een amandelboomgaard in Californië.
Sociaal

De amandelboom begint na drie à vier jaar vruchten te dragen en bereikt zijn volle capaciteit na zeven à acht jaar. De boom kent een vroege bloei en draagt rijpe vruchten van augustus tot oktober. Het oogsten gebeurt door de bomen mechanisch te schudden. Er bestaan ook bittere amandelen, maar die worden amper geteeld omdat ze de giftige stof amygdaline bevatten. De wereldconsumptie van amandelen is in de laatste twintig jaar meer dan verdubbeld. Elke Europeaan eet jaarlijks gemiddeld een halve kilogram, al dan niet verwerkt in andere voedingsmiddelen zoals ontbijtgranen, gebak of marsepein.

Sociaal

De wereldwijde productie van amandelen is de afgelopen tien jaar verdubbeld dankzij zijn status van superfood. Spanje is de op twee na grootste producent ter wereld. Bron: AFP News Agency (2018)

Deze kaart toont welke landen walnoten telen (hoe meer, hoe donkerder). Bron: FAO Statistics.
Sociaal

Walnoten uit China of de VS

Ook walnoten of okkernoten behoren officieel tot de steenvruchten. De teelt bestaat voornamelijk uit twee soorten: de Engelse walnoot (Juglans regia), van oorsprong uit Azië en Zuid-Europa; en de zwarte walnoot (Juglans nigra), oorspronkelijk uit Noord-Amerika. 

De walnoot groeit in een gematigd klimaat met warme zomers en milde winters. De bloesems zijn zeer gevoelig voor vorst. 40 procent van de productie gebeurt nu in China, 31 procent in de Verenigde Staten.

Een boer oogst walnoten in Heibei, een provincie in het noorden van China.
Sociaal

Achttien kilogram walnoten per boom

Het duurt tien jaar vooraleer een walnotenboom vruchten draagt. Van dertig tot vijftig jaar is er sprake van een volledige productie van achttien kilogram noten per boom. De dop van de walnoot bestaat uit twee helften met een stenige wand tussen de vrucht. Een groene bolster beschermt de noot tijdens het groeien en barst open als die rijp is. 

De oogsttijd is beperkt tot september en oktober. Om te oogsten worden de bomen machinaal geschud, de noten worden bij elkaar geharkt, geblazen of machinaal opgeraapt. 

De productie van okkernoten is de laatste tien jaar met 37 procent gestegen. Onze walnoten komen hoofdzakelijk uit de VS, want China houdt ze voor eigen gebruik. In Europa vind je walnotenteelt in Frankrijk en Italië, maar hun percentage in de wereldwijde productie is verwaarloosbaar. 

Sociaal

Een Australische walnotenproducent legt in een video uit hoe walnoten worden geteeld, geoogst en verwerkt.

Deze kaart toont welke landen cashewnoten telen (hoe meer, hoe donkerder). Bron: FAO Statistics.
Sociaal

Cashews uit India, Vietnam of Afrika

De cashewnoot zit als zaad verborgen in het steeltje van de cashewappel, een schijnvrucht van de Anacardium occidentale, ook olifantsluisboom of acajouboom genoemd. Althans, dat lijkt visueel zo bij de schijnvrucht. Eigenlijk is de appel de opgezwollen vruchtsteel en is de cashewdop de eigenlijke vrucht.

De cashewboom vraagt een tropisch klimaat en kwam oorspronkelijk alleen voor in het noordoosten van Brazilië. Nu is Ivoorkust verantwoordelijk voor 44 procent van de wereldwijde teelt, gevolgd door India (24%), Tanzania (11%) en Vietnam (9%). 

Boeren werken op een plantage met cashew-appels in de centraal in Ivoorkust gelegen plaats Bouaké.
Sociaal

De laatste tien jaar is de teelt van cashewnoten met 32 procent gestegen. De oogst gebeurt manueel nadat de rijpe appels spontaan op de grond vallen. In gebieden boven de evenaar (Vietnam, India en West-Afrika) is dat tussen februari en juli. In het zuidelijk halfrond zijn de cashewappels tussen oktober en januari rijp. De appels zelf worden rauw gegeten of verwerkt tot sap of wijn. Afrika voert bijna driekwart van zijn ruwe oogst uit naar Vietnam en India om te verwerken. Om de noot zo heel mogelijk te houden, gebeuren bijna alle verwerkingsprocessen nog met de hand, vaak in slechte arbeidsomstandigheden en met gezondheidsrisico’s (zie verder bij Verwerking).

Sociaal

Video over het proces van oogsten en verzamelen tot verwerken bij een Indiase producent.

Deze kaart toont welke landen hazelnoten telen (hoe meer, hoe donkerder). Bron: FAO Statistics.
Sociaal

Hazelnoten uit Turkije

De hazelnoot is volgens de strikte botanische omschrijving een echte noot. De hazelaar (Corylus avellana) is een struikboom, dat wil zeggen dat er meerdere stammen zijn waaraan de takken groeien. Hazelaars gedijen in een gematigd klimaat en kennen hun oorsprong in Europa. Turkije is de grootste producent van hazelnoten, het land is verantwoordelijk voor 75 procent van het mondiale aanbod.

Een Turkse arbeider harkt hazelnoten om ze in de zon te laten drogen.
Sociaal

Ferrero grootste afnemer van hazelnoten

De vrucht is aanvankelijk groen en zacht en krijgt haar bruine kleur en harde dop tijdens het rijpen. Vervolgens valt ze op de grond. In sommige landen worden de bomen machinaal geschud om dat proces te versnellen. Het oogsten gebeurt meestal machinaal door de gevallen noten in oktober op te zuigen. In Turkije wachten telers niet tot de noten vallen: seizoensarbeiders plukken ze in augustus en september al uit de bomen. 

De grootste afnemer van Turkse hazelnoten is Ferrero, de producent van Nutella, Ferrero Rocher en Kinder Chocolade. Het bedrijf koopt meer dan een vierde van alle wereldwijd geteelde hazelnoten.

In Europa zijn Italië, Frankrijk en Spanje de grote producenten, maar hun oogst stelt amper iets voor in vergelijking met die van Turkije. Samen leveren ze iets meer dan 10 procent van het wereldwijde aanbod.

Sociaal
"Ferrero koopt meer dan een vierde van alle wereldwijd geteelde hazelnoten."
Deze kaart toont welke landen pistachenoten telen (hoe meer, hoe donkerder). Bron: FAO Statistics.
Sociaal

Pistaches uit de VS, Turkije of Iran

Het groene pistachenootje is het zaad dat tevoorschijn komt als de steenvrucht van de Pistacia vera openbarst. De pistacheboom vraagt een dor klimaat met lange, hete, droge zomers en milde winters. 

Oorspronkelijk groeiden pistaches in Azië, nu telen de Verenigde Staten (58%), Turkije (30%) en Iran (7%) het merendeel van de noten.

Een machine schudt de nootjes uit de boom en een andere machine vangt de gevallen noten op en verzamelt ze in een tank.
Sociaal

De pistacheboom draagt na vijf jaar vruchten en bereikt zijn grootste capaciteit na vijftien tot twintig jaar. Alleen de vrouwelijke bomen produceren de steenvruchten. Ze groeien in trosjes aan de boom en de harde huls barst open eens de zaadjes rijp zijn. De oogsten zijn vaak wisselend: het ene jaar is er een grote opbrengst, het volgende jaar is die minder. Meestal wordt in augustus en september machinaal geoogst door de bomen te schudden en de noten onmiddellijk op te vangen. De pistacheteelt is de laatste tien jaar met 44 procent gestegen. 

Sociaal

Je ziet hier het machinale oogst- en verzamelproces op een Amerikaanse boomgaard.

Juist geoogste pecannoten op een boomgaard in de Amerikaanse staat Georgia.
Sociaal

Pecannoten uit Mexico

De pecannoot lijkt sterk op de walnoot en dat is geen toeval: de Carya illinoinensis maakt immers deel uit van de okkernootfamilie (Juglandaceae). Ook de pecannoot is dus een steenvrucht. 

De boom vraagt een subtropisch, warm gematigd klimaat en groeide aanvankelijk alleen in Noord-Amerika. Nu komt het merendeel van de pecannoten uit Mexico met de Verenigde Staten op de tweede plaats.

Pecannoten klaar om te oogsten.
Sociaal

Pecanboom geeft 200 jaar noten

Net als bij de walnoot bestaat de pecandop uit twee helften met daartussen een stenige wand en een zachte bolster die de noot tijdens de groei beschermt. De notendoppen zijn aan de buitenkant minder gegroefd en de vruchten zijn smaller en langer dan die van de walnoot. Oogsten kan van november tot januari.

De opbrengst per boom is vrij groot, al duurt het zes tot tien jaar eer de boom vruchten draagt. Rond tien jaar kan de productie tot 27 kilogram per boom bedragen, op zestien jaar is er zelf sprake van 45 tot 68 kilogram pecannoten. De bomen blijven tot 200 jaar rendabel. 

De productie van pecannoten is de laatste tien jaar met 28 procent gestegen. Het merendeel daarvan groeit in Mexico (52%) en in de Verenigde Staten (40%). Mexico exporteert een groot deel van zijn oogst naar buurland VS om verder te verwerken. 

Sociaal

De macadamianoot (Macadamia integrifolia) komt oorspronkelijk uit Australië en krijgt daarom soms ook de naam Queensland nut. Op het einde van de 19de eeuw dook de noot ook op in plantages in Afrika en Centraal-Amerika. De macadamianoot vraagt een subtropisch klimaat en wordt nog maar enkele decennia commercieel geteeld. Het gros van de noten komt nu uit Zuid-Afrika (29%) en Australië (25%). Hawaï speelde vroeger ook een grote rol in de teelt, maar haalt nu geen 3 procent meer van de wereldwijde productie.

Sociaal

Macadamia’s zijn hard om kraken

De macadamianoten groeien in groene bolsters als trossen aan de bomen. Bij het rijpen wordt de bolster bruin en barst hij open waarna de chocoladekleurige dop zichtbaar wordt. Oogsten gebeurt tussen maart en juli nadat de bolsters spontaan op de grond vallen. 

De macadamianoot is de meest harde noot om te kraken. Er is een druk van meer dan 20 kilogram per vierkante centimeter nodig om de dop te doen barsten. De zogenaamde recovery rate van de noot is eerder laag: slechts 35 procent van de noot wordt in zijn geheel ontdopt. 

De teelt van macadamianoten zit in de lift, het aanbod kan de vraag amper volgen. De voorbije tien jaar is de productie met 57 procent gestegen. Macadamianoten zijn niet alleen gewild als voedingsmiddel, de olie uit de noot is een geliefd ingrediënt in de cosmetica-industrie.

Deze kaart toont welke landen paranoten telen (hoe meer, hoe donkerder). Bron: FAO Statistics.
Sociaal

Paranoten uit Bolivia

De paranoot of Brazil nut vind je exclusief in het Amazonewoud in het noorden van Zuid-Amerika. De bomen gedijen alleen in het vochtige en tropische klimaat van het regenwoud. De Bertholletia excelsa wordt niet geteeld, maar groeit in overvloed in het wild.

Hoewel de naam Brazil nut anders doet vermoeden, levert Bolivia 70 procent van de paranoten. Peru en Brazilië oogsten elk ongeveer 15 procent. 

Sociaal

Paranoten groeien op 50 meter hoogte

Paranoten zijn eigenlijk zaden en groeien in een harde en kegelvormige vrucht die tot twee kilogram kan wegen. Elke vrucht bevat 10 tot 25 paranoten. 

Omdat de bomen tot vijftig meter hoog groeien en niet alle vruchten tegelijkertijd rijp zijn, is een commerciële teelt geen optie. De bomen zijn te hoog om te beklimmen en de vruchten zijn niet tegelijk voldoende rijp. Bovendien produceren de bomen alleen vruchten in het onverstoorde ecosysteem van het Amazonewoud. Arbeiders trekken van november tot augustus dagelijks het woud in om de gevallen vruchten te oogsten en de zaden uit de capsule te halen.

De vraag naar paranoten is de laatste tien jaar met 34 procent gestegen. De cosmetische industrie heeft interesse voor het morikue-eiwit dat in de paranoot zit en goed zou zijn voor het haar

Sociaal

Een man en vrouw vertellen hoe ze paranoten verzamelen en ontdoppen.

Sociaal

Het is gekend dat er in de Turkse hazelnotenoogst sprake is van illegale kinderarbeid en slechte arbeidsomstandigheden. Tienduizenden seizoenarbeiders uit het zuidoosten van Turkije reizen jaarlijks met het hele gezin naar de regio rond de Zwarte Zee in het noorden. De oogst duurt dertig tot 45 dagen en start in augustus. De arbeiders plukken zeven dagen op zeven, elf uur per dag. Ook kinderen moeten helpen, want zij verhogen het gezinsinkomen. De seizoenarbeiders werken vaak op informele basis. Dat betekent: zonder arbeidscontract, ze slapen vaak in groepen buiten onder een groot tentzeil, ze krijgen hun loon pas op de laatste dag, ze hebben geen toegang tot proper water, laat staan dat er toiletten beschikbaar zijn. Bovendien moeten ze 10 procent van hun loon afstaan aan een tussenpersoon die hen aan het werk hielp.

Sociaal

Op weg naar correcte arbeidsomstandigheden

Sinds 2012 ijveren ngo’s samen met lokale overheden, de Turkse regering en de twee grootste hazelnootleveranciers Olam en Balsu voor correcte arbeidsomstandigheden. Ook voedingsmiddelengiganten Ferrero en Nestlé engageren zich in projecten die zowel de vele kleine telers als de seizoensarbeiders en hun kinderen ten goede moeten komen.

Zo werkt Fair Labor Association, een internationaal samenwerkingsverband van universiteiten, maatschappelijke organisaties en bedrijven, samen met Nestlé aan correcte arbeidsomstandigheden. Arbeiders krijgen sinds 2014 voorlichting over hun rechten, over kinderarbeid en over gezondheid en veiligheid op het werk. De tussenpersonen die seizoenarbeiders ronselen krijgen dezelfde informatie, maar leren ook over de noodzaak van arbeidscontracten en correcte arbeidsomstandigheden. Ook de telers krijgen die informatie en bijscholing over het onderhoud van hun boomgaarden.

Om kinderarbeid te reduceren, kunnen kinderen naar plaatselijke zomerscholen of krijgen ze opvang op maat terwijl hun ouders plukken. In vier jaar tijd groeide de schoolparticipatie van de kinderen van 23 naar 42 procent in 2018. Tot slot moeten de seizoensarbeiders en hun families ook deftige huisvesting krijgen. Ze slapen nu in gerenoveerde huizen met badkamer en toilet en hebben toegang tot proper water en elektriciteit. De lokale overheid moet controleren of producenten zich aan de huisvestingsafspraken houden. Maar het is nog maar de vraag of dat allemaal gebeurt. 

Sociaal

Hazelnoten met duurzaamheidslabel UTZ

Ook het duurzaam label UTZ heeft in 2014 een specifiek programma uitgewerkt voor de Turkse hazelnootsector. Voedingsmiddelenproducent Ferrero zette het project mee op poten, samen met supermarktketens als Rewe en Jumbo. In hun gedragscode, die alle partijen moeten respecteren, focussen ze op arbeidsomstandigheden en kinderarbeid. 

Zo moeten telers van elke arbeider een fiche bijhouden en vermelden of er familie mee is en hoeveel kinderen aanwezig zijn. Op die manier zou controle op kinderarbeid makkelijker zijn. Lokale overheden moeten toezien op kwalitatieve huisvesting. De telers moeten de 10 procent commissie betalen aan tussenpersonen die voor seizoensarbeiders zorgen, niet de arbeiders zelf. En tot slot moeten kinderen altijd opvang op maat krijgen, onder toezicht van gekwalificeerde volwassenen.

Daarnaast willen hazelnootprogramma ook de productiviteit op een duurzame manier verhogen door telers te informeren over het onderhoud van hun boomgaarden (zie verder). 

Momenteel werken 6.549 hazelnoottelers volgens de UTZ-standaard, goed voor 29.500 ton meer duurzame hazelnoten. Dat is al iets, maar in vergelijking met het totale aanbod een peulschil: de UTZ-telers vertegenwoordigen 1,4 procent en de duurzame hazelnoten slechts 4 procent van de totale Turkse productie. Grotere aandacht is nodig.

Sociaal

100 procent traceerbare noten?

Om eerlijke hazelnoten te kunnen garanderen, is traceerbaarheid essentieel. Dat beseffen ook Ferrero en Nestlé, de grootste twee afnemers van Turkse hazelnoten. Als je de teler niet kan opsporen, heb je ook geen zicht op arbeidsomstandigheden, kinderarbeid, correcte huisvesting en eerlijk loon. 

Maar in een sector met kleinschalige telers, seizoensarbeiders en veel tussenpersonen is die transparantie niet evident. Ferrero streeft naar 100 procent traceerbaarheid in 2020, maar kon vorig jaar nog maar 39 procent van de opgekochte hazelnoten terugbrengen tot hun oorsprong. Nestlé maakt zich sterk dat het 88 procent van hun hazelnoten kan traceren. 

Sociaal

De Turkse hazelnootsector is een lappendeken van veel kleine telers met een gemiddelde boomgaard van 1,5 hectare. Vaak is de teelt niet hun enige inkomen, waardoor ze amper investeren. Snoeien gebeurt niet of op een fout moment, oude bomen worden niet vervangen, jonge bomen worden amper aangeplant. Doordat de bomen door elkaar en dicht bij elkaar staan, is mechanisatie amper mogelijk. Er is geen visie op lange termijn, klinkt het bij afnemers en ook bij de verantwoordelijke van het UTZ-hazelnootprogramma. De productiviteit en kwaliteit moet volgens hen dringend omhoog.

Hazelnoten uit Oregon in de VS.
Sociaal

VS en China gaan concurrentie aan

Turkije is verantwoordelijk voor driekwart van de hazelnotenteelt wereldwijd, maar de afgelopen jaren fluctueerde het aanbod heel erg. De vorst zorgde tussen 2013 en 2015 herhaaldelijk voor mislukte oogsten en in 2019 vernielden overstromingen een groot deel van de teelt. Door het gebrek aan continuïteit stijgt de vraag naar hazelnoten in andere landen. In de Verenigde Staten breidt de teelt in Oregon al jaren uit, China produceert momenteel 40.000 ton en voert amper nog hazelnoten in.

Sociaal

Streven naar duurzaamheid

De notenteelt speelt economisch een steeds grotere rol, ook in landen met lage inkomens zoals Afrika, Vietnam, India, Zuid-Amerika en Turkije. Net in die landen zijn slechte arbeidsomstandigheden (en kinderarbeid) nog vaak een issue. In de Westerse landen zorgt vooral de watervoetafdruk voor kopzorgen. 

Meerdere organisaties streven overkoepelend naar een meer duurzame aanpak van de notenteelt, in al zijn facetten. Olam, een van de grootste internationale notenproducenten, toont zich een grote voorvechter van duurzaamheid en eerlijke handel, onder meer door samen met ngo’s te ijveren voor correcte arbeidsomstandigheden. Ook de International Nut and Dried Fruit Council (INC) die meer dan achthonderd notentelers en -producenten uit tachtig landen verenigt, stimuleert duurzame groei. Samen met de United Nations Economic Commission for Europe (UNECE) gaf INC een overzicht van duurzame projecten. 

Noemenswaardig is ook Sustainable Nut Initiative (SNI), een Nederlands initiatief waarbij ook Ahold Delhaize en verwerkingsbedrijf Intersnack zijn aangesloten. Het streeft naar een grotere transparantie in het gehele tracé van noten zodat het een beter zicht heeft op productieprocessen en een duurzame aanpak van telers en verwerkers. Om de twee jaar licht SNI zijn toeleveranciers door en brengt het in kaart welke thema’s extra aandacht verdienen. In de cashewnotensector investeert SNI bijvoorbeeld in opleidingen van kleine telers zodat hun levensonderhoud structureler gegarandeerd wordt. 

Verwerking

Turkse werknemers controleren de verwerkt hazelnoten.
Sociaal

Onzuiverheden verwijderen, wassen, drogen, kraken, sorteren en verpakken: dat zijn in een notendop de handelingen die elke soort noot ondergaat tijdens het verwerkingsproces. Bij de meeste notensoorten gebeuren deze handelingen machinaal. Vaak is er nog een manuele controle op het einde van de productielijn om eventueel afwijkende noten uit de massa te halen.

Een fabrieksarbeider verwijdert de cashewnoot uit de huls.
Sociaal

Cashew- en paranoten vragen handenarbeid

De paranoten en de cashewnoten kennen elk een apart verwerkingsproces waarbij nog veel handenarbeid komt kijken. De kern zit in een zeer harde dop die eerst moet weken, stomen of koken. De noot doppen is niet zonder gevaar voor de arbeiders (zie verder).

Een vrouw breekt rauwe cashewnoten in een verwerkingsfabriek in de Ivoriaanse stad Bouake.
Sociaal

Noten doorlopen niet altijd het hele verwerkingsproces in het land van herkomst. Afrika verscheept bijvoorbeeld het gros van zijn cashewnoten naar Vietnam en India om te verwerken (zie verder), net zoals Mexico zijn pecannoten in de VS laat kraken. Ook walnoten worden gedeeltelijk in de dop verhandeld (zie verder bij transport). Die noten worden gewassen en gedroogd in bulk verpakt, klaar voor de groothandel.

Sociaal

Onrijpe pistaches krijgen machinale split

Sommige telers splitten onrijpe pistachenoten machinaal. De noten zijn kleiner, vaak nog onrijp en kwalitatief minder goed. In de winkel zijn ze goedkoper, want je koopt meer dop en minder noot. Je kan ze makkelijk herkennen omdat de mechanical split een mooi recht streepje vormt en de kern niet uit de dop barst. De onrijpe pistachenoten krijgen na hun mechanische split een waterbad van 12 tot 24 uur zodat de noten zwellen en de dop iets natuurlijker openbarst. Bij het drogen krimpen de noten opnieuw.

Een arbeider sorteert pistachenoten bij een verwerkingsbedrijf.
Sociaal

Hoe blanker de noot, hoe beter de kwaliteit

Hoe lichter de kleur van de noten of pitten, hoe beter de kwaliteit. Na het kraken en het sorteren volgens grootte, checkt een lasermachine de noten op kleur. Noten met vlekjes gaan er uit. Vlekken of donkere plekken ontstaan als noten langer dan 24 uur in hun bolster blijven zitten na de oogst, bijvoorbeeld bij walnoten of pistaches. Ze kunnen wijzen op schimmel en bijhorende aflatoxines of gifstoffen (zie verder). 

Macadamianoten worden in een zoutbad gestopt om de kwaliteit te bepalen. Noten die bovendrijven bevatten meer vetten en zijn van hoge kwaliteit. 

Sociaal

Het aparte proces van de paranoot

Er is geen commerciële teelt van de paranoot of Brazil nut, de noot groeit in het wild in het Amazonewoud in Peru, Bolivia en Brazilië. De verwerking verloopt daardoor minder gestandaardiseerd en grotendeels manueel. Voor veel inwoners van kleine dorpen in het noordelijke Amazonewoud is de oogst van de paranoot de enige broodwinning. De vraag naar paranoten stijgt en volgens het International Nuts & Dried Fruit Council blijft 80 procent van het aanbod ongeoogst.

Sociaal

Paranoten oogsten is niet ongevaarlijk

Tussen november en augustus trekken arbeiders dagelijks het regenwoud in om de gevallen vruchten te verzamelen. Daarbij moeten ze voorzichtig zijn, de vruchten die 12 tot 25 paranoten bevatten, wegen tussen een halve en twee kilogram en vallen vanaf vijftig meter hoogte naar beneden. Arbeiders kunnen daarbij gewond geraken.

Voordat ze beginnen te oogsten, fabriceren ze een grijper uit een houten tak. Op die manier kunnen ze de zware vruchten vastgrijpen en meteen in hun rugzak stoppen. Het werk is fysiek zwaar en niet ongevaarlijk. Bij het oogsten moeten arbeiders niet alleen rekening houden met de windrichting om vallende vruchten te ontwijken, maar ook met de vele slangen en jaguars in het regenwoud. 

Sociaal

De cashewnoot groeit in Afrika, Azië en in een klein stukje van Zuid-Amerika, maar de verwerking concentreert zich slechts in twee landen: Vietnam en India. De kromming van de noot en de broosheid van de kern vragen een specifieke aanpak. Bovendien bevat de dop een giftig en bijtend zuur dat niet in aanraking mag komen met de eetbare kern. Die factoren maken dat het verwerkingsproces bijna uitsluitend manueel gebeurt. De cashewnoten variëren zodanig in grootte dat machinale ontdopping de kernen te vaak beschadigt en te veel verlies veroorzaakt.

Sociaal

Manueel doppen biedt beste kwaliteitsgarantie

De kromming van de noot en de variatie in grootte maken de noot moeilijk machinaal te kraken. Er bestaan machines, maar die breken 25 tot 40 procent van de kernen. De manuele verwerking in India haalt nog altijd de hoogste recovery rate of whole kernel out-turn. Indische arbeidsters slagen erin 90 procent van de noten in hun geheel te kraken.

De meest efficiënte manier om de kern uit de dop te halen is semi-machinaal: een arbeider klemt de dop tussen een soort bankschroef met twee mesjes en bedient die manueel. Geoefende arbeiders doen dat razendsnel.

Sociaal

Giftige en zure olie komt vrij

De dop van de cashewnoot bevat Cashew Nut Shell Liquid (CNSL), een natuurlijk hars dat donker en stroperig is, maar bovenal giftig en zeer bijtend. Arbeiders moeten vermijden dat de CNSL op de kern of op hun handen terechtkomt. Vooral in India respecteren verwerkers de arbeidsomstandigheden niet altijd waardoor arbeiders onbeschermd werken en vaak brandwonden hebben. Soms wordt de CNSL ook gebruikt als brandstof om de ongedopte cashewnoten te stomen of te roosteren. In dat geval komt er giftige rook vrij. 

CNSL is een belangrijk bijproduct van de cashewnotenverwerking. De doppen ondergaan een aparte behandeling om de olie te extraheren. Meer hierover lees je bij “afval”. 

Vacuüm verpakte cashewnoten.
Sociaal

Nederland speelt belangrijke rol in cashewnotenverwerking

Tot slot worden de cashewnoten in bulk vacuüm verpakt. Het grootste deel van de productie uit Vietnam en India is bestemd voor export. Het verder verwerken van de noten, zoals zouten of malen, gebeurt doorgaans in het land van bestemming. 

Nederland speelt een belangrijke rol als importeur, maar ook als re-exportland. De aanwezigheid van de haven in Rotterdam is een grote meerwaarde, net als grote verwerkingsbedrijven zoals Intersnack en PepsiCo (zie verder bij transport).

Sociaal

India en Vietnam domineren cashewnotenmarkt

Er zijn twintig belangrijke productielanden voor de cashewnoot, maar de verwerkingsindustrie concentreert zich in India en Vietnam. Beide landen produceren ongeveer evenveel kant-en-klare cashewnoten, elk rond 350.000 ton per jaar. India haalt de noten vooral van eigen bodem, Vietnam importeert 75 procent van zijn cashews, voornamelijk uit Afrika.

India houdt 75 procent van zijn cashewnotenproductie voor eigen gebruik, terwijl Vietnam 72 procent exporteert. De kans dat wij cashewnoten eten die in Vietnam manueel zijn gedopt, is dus vrij groot. Beide landen hebben een lange traditie in de cashewnotenverwerkingsindustrie. De arbeid is er goedkoop en efficiënt. Dat maakt het voor andere landen moeilijk om te concurreren. 

Sociaal

Verwerking van cashewnoot in Afrika groeit voorzichtig

De helft van alle cashewnoten groeit in Afrika, maar slechts 10 procent wordt ook in Afrika verwerkt. Na het drogen gaat 90 procent naar India of Vietnam. Vooral Ivoorkust en Tanzania verliezen op die manier een potentieel aan jobs en inkomens. Ontwikkelingsorganisaties ondernamen al pogingen om een lokale verwerkingsindustrie te ondersteunen, maar met weinig succes. De cashewnoten uit de Afrikaanse verwerkingsindustrie zijn in vergelijking met het aanbod uit India en Vietnam simpelweg te duur. Bovendien heeft India zo’n lange ervaring in het doppen van cashews en is hun output van intacte kernen zo hoog, dat concurrentie op vlak van kwaliteit amper mogelijk is.

Sociaal

Schrijnende arbeidsomstandigheden in Indische cashewnotenindustrie

Een kwalitatieve cashewnotenverwerking vereist handenarbeid. Om de prijs van de cashewnoten competitief te houden in vergelijking met andere noten, moet die handenarbeid zo goedkoop mogelijk. De arbeidsomstandigheden zijn daardoor vaak slecht en ongezond, zeker in India waar meer dan twee miljoen mensen in de cashewnotenindustrie werken. 

Niet alle fabrieken geven handschoenen aan hun arbeidsters ter bescherming tegen de zure olie die vrijkomt. Sommige fabrieken bieden ze wel te koop aan, maar niet iedereen kan zich die veroorloven. Bij het roosteren van de cashewnoten komt er giftige rook vrij. Ook daartegen is er zelden bescherming. 

90 procent van de arbeiders in de Indische cashewnotenindustrie zijn vrouwen. Ze hebben zelden een contract en krijgen weinig loon naar werken. De organisatie Action Aid, die wereldwijd mensen uit ontwikkelingslanden ondersteunt om op te komen voor hun rechten, becijferde dat een procent van wat de cashewnoot ons kost, naar de arbeider gaat. 

Europese supermarkten houden die onderbetaling mee in stand doordat ze groothandelaars onder druk zetten om zo goedkoop mogelijk te leveren. De kostenreductie lager op de ladder eindigt steevast bij de handarbeider. 

In 2013 ijverden verschillende ngo’s bij de Europese Commissie voor een striktere regelgeving in verband met correcte arbeidsomstandigheden in de Indische cashewnotenindustrie, maar in de praktijk is er nog niet veel veranderd.

Sociaal
"De arbeidsomstandigheden zijn vaak slecht en ongezond, zeker in India waar meer dan twee miljoen mensen in de cashewnotenindustrie werken"
Sociaal

Slecht drie procent cashewnoten komt uit eerlijke handel

De notenproductie bleef lang onder de radar van organisaties die ijveren voor eerlijke handel en duurzaamheid. De focus van ngo’s en andere ontwikkelingsinitiatieven lag lang op andere producten uit het Zuiden zoals koffie, cacao, thee en bananen. Stilaan ontstaat er een bewustzijn rond het duurzaam en eerlijk telen en verwerken van noten in het algemeen en van de cashewnoot in het bijzonder omdat die een apart manueel proces vraagt. Slechts drie procent van de cashewnoten wereldwijd heeft een Fairtrade-certificaat. Het aanbod is zeer beperkt.

Vrouwen pellen cashewnoten in een cashewnotenverwerkingsfabriek in de centraal Ivoriaanse stad Bouake.
Sociaal

Afrikaanse cashewnoten zijn wellicht ethischer

Het Belgische Trade for Development Centre (TDC) onderzocht voor het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel de mogelijkheid om een Fairtrade-aanbod van cashewnoten te ontwikkelen vanuit Vietnam. In de marge van het onderzoek vermeldt TDC dat het moeilijk is om aan betrouwbaar cijfermateriaal te geraken over noten uit eerlijke handel. Volgens het centrum is er meer fairtrade dan officieel gecertificeerd. Dat de Afrikaanse verwerkingsindustrie voor cashewnoten niet kan concurreren met India en Vietnam, wijst er volgens hen op dat het werk er ethischer gebeurt. 

Verschillende ontwikkelingsorganisaties proberen in Afrika de cashewverwerking op een duurzame manier te boosten. Niet alleen helpen ze de kwaliteit van de teelt te verbeteren, ze zetten ook in op verwerking zodat de lokale economie sterker wordt. Het internationale Sustainable Trade Initiative (IDH) bijvoorbeeld heeft in Afrika twee programma’s opgestart om de traceerbaarheid te verhogen, betere arbeidscondities af te dwingen en verwerkingsmogelijkheden uit te bouwen. 

Sociaal

Bewustzijn over eerlijke noten groeit

Ook noten zonder een Fairtrade-certificaat kunnen uit eerlijke handel komen, zegt het Belgische Trade for Development Centre (TDC). Dat er niet altijd een label op de verpakking staat, heeft ook te maken met de verwerkingsindustrie in de VS en in Europa. Noten komen in bulk binnen en worden verder verwerkt tot mixed nuts of gemengd met gedroogde vruchten. Zelden is zo’n hele verpakking honderd procent Fairtrade.

Transport

Sociaal

In 2017 bedroeg de wereldwijde notenproductie 4,2 miljoen ton. Maar liefst 62 procent daarvan (2,6 miljoen ton) was voor de export bestemd. België en Nederland samen importeerden 4,1 procent of 175.286 ton noten. De cijfers bevatten alleen de productie en export van gedopte noten en ongedopte pistaches.

De productie- en exportcijfers uit 2017, per gedopte notensoort (en ongedopte pistaches). Bron: INC.
Sociaal

Relatief weinig walnoten voor export

Als je de export per soort noot bekijkt, zie je dat amandelen de handel domineren, gevolgd door cashewnoten, pistaches en hazelnoten. Walnoten zijn het minst voor export bestemd. Dat komt omdat China met 40 procent wereldwijd de grootste walnootproducent is, maar de noten in eigen land consumeert.

De oogst van paranoten gaat daarentegen quasi enkel naar het buitenland. 

Bron: INC (2018)
Sociaal

Noten reizen de wereld rond

Het verwerkingsproces van noten gebeurt niet altijd lokaal, zelfs niet altijd in hetzelfde land of op hetzelfde continent. Op de kaart hiernaast zie je hoe noten de wereld rondgaan voordat ze in de supermarkt belanden. De dikte van de pijlen geeft een idee van de grootteorde. De rode pijlen zijn amandelen, de groene hazelnoten. De bruine en paarse pijlen zijn cashewnoten. Je ziet goed welke landen welke teelt domineren en welke noten zowel onverwerkt als gedopt in export gaan. 

Op de website van International Council of Nuts & Dried Fruits zie je op een handige kaart hoeveel ton van welke soort noot naar welk land reist.

Onderschrift: Het schema illustreert de mogelijke wegen van de cashewnoot, maar is eigenlijk op elke noot van toepassing. Bron: Trade for Development Centre (2018)
Sociaal

Wereldwijde handel met veel tussenpersonen

Bij de handel in noten zijn veel tussenpersonen betrokken en is er ook veel transport. Het vereenvoudigd schema hiernaast schetst de weg die noten afleggen. Noten die de zwarte pijlen volgen, komen meestal van grote professionele telers, groeien vaak in Westerse landen en/of hebben niet veel verwerking nodig. Voorbeelden zijn pistaches of al gedopte walnoten en amandelen uit de VS. 

Soms doen grote bedrijven dienst als verhandelaar, importeur, verwerker en verpakker tegelijkertijd. Een voorbeeld daarvan is Intersnack in Nederland. 

Kleinere telers of noten die veel handenarbeid vragen, zoals cashew- en paranoten, gaan eerder via de blauwe pijlen.

De haven van Rotterdam Bron: Flickr / Frans Berkelaar
Sociaal

Europa is de grootste markt voor noten en importeert meer dan 40 procent van de wereldwijde productie. Nederland speelt daarin een centrale rol. Ongeveer 80 procent van de noten voor Europese consumptie komt binnen via de haven van Rotterdam. 

Binnen Europa is Nederland dan ook het belangrijkste re-exportland, goed voor 27 procent van de Europese interne notenhandel. Spanje volgt met 21 procent en Duitsland met 12 procent. 

De import- en exportcijfers uit 2017 tonen ook aan welke noten Nederlanders graag consumeren of verwerken: cashews, amandelen en walnoten. Bijna alle geïmporteerde pistaches worden weer uitgevoerd. Bron: Fao Statistics
Sociaal

Nederland als belangrijk exportland

Nederland is meer dan een transitland voor noten. Door de aanwezigheid van een aantal grote verwerkingsbedrijven zoals Intersnack, Duyvis (PepsiCo) en het biologische de Smaakspecialist voegen onze noorderburen een meerwaarde toe aan hun import door ze onder meer te roosteren, te zouten of te omhullen. De grootste notenverwerkers in Europa zijn Spanje, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Sociaal

Na Vietnam en India voert Nederland meeste cashews uit

Nederland staat in de top 3 van de cashew-exporterende landen, na Vietnam en India. In 2017 voerden onze noorderburen zo’n 30.000 ton cashews uit, goed voor 75 procent van wat het land importeerde via de haven van Rotterdam. Ook hier speelt de aanwezigheid van notenverwerkende bedrijven een rol, maar er is meer: van alle Europeanen consumeren Nederlanders de meeste cashewnoten per persoon. In 2016 at elke Nederlander gemiddeld een kilogram cashews.

De import- en exportcijfers uit 2017 tonen ook aan dat Belgen zowat alle soorten noten graag consumeren of verwerken, onder meer in pralines. Bron: Fao Statistics
Sociaal

België handelt vooral in pistaches en cashewnoten

Ook België is een transit- en verwerkingsland voor noten, maar in veel mindere mate dan Nederland. Voor de import van cashewnoten staat België op de derde plaats in Europa nu het Verenigd Koninkrijk uit de Unie is gestapt. Een groot verschil met Nederland is de invoer van pistaches: België is na Duitsland de Europese koploper. Voor de overige notensoorten zit België steevast bij de zes grootste Europese importlanden.

Consumptie

Sociaal

Wereldwijd is de vraag naar noten de laatste tien jaar gestegen. In Europa eten we een vierde van het globale aanbod, terwijl we nog geen 10 procent van de wereldbevolking vormen. Europeanen consumeren vooral amandelen, cashews, walnoten, pistaches en hazelnoten. 

Het valt te verwachten dat we de volgende jaren wereldwijd nog meer gaan consumeren. De vraag naar noten groeit omdat ze prima in een plantaardig dieet passen, een lagere klimaatbelasting hebben dan dierlijke eiwitten en ook tal van gezondheidsvoordelen bieden. Volgens onderzoekers zouden we tegen 2050 wereldwijd dubbel zoveel noten moeten consumeren als vandaag om onszelf en de planeet gezond te houden. 

Sociaal

We eten gemiddeld drie gram noten per dag

Uit de nationale Voedselconsumptiepeiling van 2014 blijkt dat de Belg gemiddeld 3 gram noten per dag eet. Het zijn vooral Belgen tussen 40 en 64 jaar die noten eten (gemiddeld 4 gram per dag), terwijl de jongvolwassenen gemiddeld één gram per dag nemen. 16 procent van de Belgen eet zelfs nooit noten. 

De Nederlandse cijfers zijn gelijkaardig. Uit de Voedselconsumptiepeiling van 2012-2016 blijkt dat elke Nederlander gemiddeld twee gram noten per dag eet. De middelbare leeftijdscategorie neemt met gemiddeld drie gram per dag een iets grotere portie. 

Voor alle duidelijkheid: het gaat telkens over ongezouten noten.

Afval

Sociaal

Cashewafval levert winst op.

Sociaal

Van notendop tot verpakkingskarton

Voedingsmiddelenbedrijf Ferrero, dat 25 procent van alle hazelnoten wereldwijd opkoopt, hielp in 2012 een innovatieproject mee financieren om van hazelnootdoppen verpakkingsmateriaal te maken. Samen met een papierfabriek en papierexperten, investeerden ze bijna een miljoen euro. De Europese Commissie subsidieerde ook een miljoen euro. 

Drie jaar lang verfijnden experten het proces om van de notendoppen karton of ecopaper te maken, waarbij ze ook cacaodoppen gebruikten. In 2015 stond het proces op punt, maar tot opschaling kwam het niet. Volgens de communicatiedienst van Ferrero was de milieu- en economische winst te klein. Het bedrijf kon 10 procent van de hazelnootdoppen in het verpakkingsmateriaal verwerken, maar moest zwaarder karton maken om het voldoende sterk te houden.

Comments

Wij kijken uit naar jouw mening!