Deze website gebruikt cookies. Ik ga akkoord met de privacy policy
OK
Filter
Milieu Sociaal Gezondheid Dierenwelzijn toon alles

Hoe werkt dat, zo'n tracé?

In een tracé volg je al scrollend de weg die een product aflegt, van de teelt tot afval. In de menubalk bovenaan klik je op de verschillende stadia in het tracé om meteen te springen naar het stadium waarin je interesse hebt. 

Linksboven staan de vier categorieën Milieu, Sociaal, Gezondheid en Dierenwelzijn. Je kunt de informatie filteren op die categorieën.

Tijdens het scrollen kom je de knop 'Laad meer info over ...'. Druk daarop om alle informatie binnen een stadium te laden.

Tussen de informatieblokjes kom je ook artikels tegen waarin onze journalisten dieper ingaan op een opmerkelijk aspect binnen het tracé van het product. 

Onderaan deze pagina kun je reacties plaatsen over de informatie die je hebt gelezen. Ook op de Community-pagina vind je mogelijkheden om je mening, aanvulling, of compliment te geven.

Veel plezier met dit tracé!

sluiten

Tracé van Ei

hoe werkt dit?
Milieu
Sociaal
Gezondheid
Dierenwelzijn
Milieu
Sociaal
Gezondheid
Dierenwelzijn

Tracé van Ei

filter: Milieu

Intro

Teelt

Milieu

Kooi versus alternatief: milieu

Het is niet zo dat alle wetenschappers alternatieve huisvestingssystemen op alle vlakken superieur vinden aan kooisystemen. Neem bijvoorbeeld legbatterijen. Die hebben een lagere uitstoot aan ammoniak tot gevolg dan andere systemen, omdat mest er op een beperkte oppervlakte valt.

In 2012 kwamen onderzoekers van Wageningen University tot de conclusie dat alternatieve huisvestingssystemen minder goed zijn dan kooisystemen op vlak van milieueffecten zoals emissies van ammoniak en broeikasgassen. Ook is het landgebruik geringer: meer plaats voor de kippen vraagt natuurlijk meer land.

Alternatieve huisvestingssystemen zouden ook hogere stofconcentraties in de lucht opleveren, wat slecht is voor arbeidsomstandigheden en uitstoot van fijn stof naar de omgeving. En in het algemeen geldt dat de kippen die in kooien leven, minder eten nodig hebben omdat ze minder bewegen, een minder dik verenkleed hebben en minder vaak ziek worden. Minder eten is op ecologisch vlak een voordeel.

In kippenvoer zit gemiddeld vijftien procent soja
Milieu

Soja

In voer voor legkippen zit gemiddeld 15 procent soja. De reden daarvoor is dat soja veel vet en eiwit, en andere interessante voedingsstoffen bevat.

Europa is voor de import van soja voor meer dan negentig procent afhankelijk van Brazilië en Argentinië. Rampen in die landen, zoals grootschalig mislukte oogsten, kunnen de eiwitvoorziening in onze regio in één klap op de helling zetten. Ook heeft de grootschalige import van soja uit Latijns-Amerika een hoge ecologische voetafdruk door ontbossing in het Amazonegebied en het transport over grote afstanden. 

In 2018 namen onderzoekers van de Universiteit van Oviedo in Spanje de milieu-impact van eieren onder de loep. Ze besloten dat de ingrediënten in het voeder het meest de milieu-impact van de eieren bepalen: voor zestien van de achttien milieucomponenten die ze onderzochten, staat het voer in voor liefst 55 procent van de impact. Ze wijzen daarbij in het bijzonder naar de grote impact van soja.

De mengvoederindustrie levert inspanningen om sojaschroot te vervangen door andere eiwitten, zoals koolzaadschroot. Voor België is bekend dat er jaren zijn dat dit goed lukt. Koolzaadschroot is dan de belangrijkste eiwitbron voor veevoeder, alle deelsectoren (die met kippen, varkens en runderen) samengenomen. Of het vervangen van soja door koolzaadschroot lukt, hangt af van het aanbod en de prijs ervan; beide kunnen in de loop der jaren sterk variëren.

Wil je meer weten over soja voor menselijke consumptie? Ga dan naar het Tracé van Soja.

Een hand vol gedroogd kippenmest.
Milieu

Drogen van mest

De kippen in legbedrijven produceren veel mest. Dat wordt afgevoerd via transportbanden, naar een droogsysteem. Het betreft bijvoorbeeld een geperforeerde band of vloer waar een ventilator warme stallucht doorheen blaast. In gedroogde mest ontstaat minder ammoniak dan in niet gedroogde. Het zorgt ook voor minder geurhinder in de omgeving.

De pluimveehouder slaat de droge mest op in een mestloods en voert die om de drie weken af.

Milieu

Bruin of wit

Een tractor verspreidt mest over het land
Milieu

Vermesting

Mest wordt op velden verspreid, omdat daarin veel nuttige voedingsstoffen voor gewassen zitten. Zeer belangrijkste voedingsstoffen zijn stikstof (N), kalium (K) en fosfor (P).

Maar er kunnen ook te veel voedingsstoffen op de landerijen terechtkomen, zodat planten ze niet allemaal kunnen opnemen. Dat fenomeen heet vermesting. Daardoor belanden ze in bodem-, oppervlakte- en grondwater. Dat verstoort ecologische processen en natuurlijke kringlopen.

Vermesting (deel 2)
Milieu

Om vermesting te vermijden, wordt de gedroogde pluimveemest in de mestloods van het bedrijf afgevoerd naar een firma die gespecialiseerd is in mestverwerking. De gedroogde mest van die firma kan, eventueel na bijkomende compostering, vermarkt worden als bodemverbeteraar, of als energiebron bij verbrandingsprocessen.

In Vlaanderen wordt een belangrijk deel van de kippenmest, onbehandeld, uitgevoerd naar het buitenland. Ruim driekwart van de geëxporteerde, onbehandelde mest bleek in 2017 pluimveemest te zijn.

Milieu

Fijnstof

Fijnstof is slecht voor de gezondheid. Het tast onder meer de luchtwegen aan.

Vooral gebouwenverwarming, verkeer, industrie en landbouw veroorzaken fijnstof in de atmosfeer. Het overgrote deel van de uitstoot door landbouw is afkomstig van stallen. In stallen met pluimvee is de concentratie fijnstof hoger dan in varkensstallen, en veel hoger dan in stallen voor runderen.

Onder meer aanplanten van struiken en bomen kan helpen vermijden dat fijn stof in de omgeving terechtkomt.

Milieu

Ammoniak

Verzuring is een gevolg van de uitstoot van ammoniak (die komt er vooral door landbouw, via mest), stikstofoxiden (vooral door transport) en zwaveldioxide (vooral door industrie, raffinaderijen en energieproductie). 

Die stoffen reageren in de atmosfeer met elkaar en vormen onder meer salpeterzuur (HNO3), zwavelzuur (H2SO4) en zogenaamd secundair fijnstof. Dat kan ecosystemen verstoren, voor zure regen zorgen die materialen aantast, en voor te veel fijnstof, wat schadelijk is voor de gezondheid. 

Sinds september 2003 moeten in Vlaanderen alle nieuwe pluimveestallen ammoniakemissiearm zijn. Dat betekent dat ze nog maar weinig ammoniak uitstoten.

Ook in Nederland is de wetgeving strenger geworden. Zo zijn daar in 2017 strengere maximale emissiewaarden ingevoerd voor wie een nieuwe stal gaat bouwen of een stal grondig gaat verbouwen of uitbreiden.

Volgende ingrepen dragen ertoe bij dat een stal meer emissiearm wordt:

  • de mest snel verwijderen

  • het oppervlak dat de mest inneemt beperken

  • mest drogen

  • mest beluchtingen of koelen

  • mechanisch ventileren

  • materialen kiezen die makkelijk te reinigen zijn

  • technologie die ammoniak (en sommige andere stoffen) uit de stallucht tegenhoudt, zoals luchtwassers.

Milieu

Geurhinder

Om te vermijden dat buurtbewoners last hebben van onaangename geuren, heeft de overheid regels opgesteld die bepalen hoeveel afstand er moet zijn tussen een pluimveestal en de nabijgelegen huizen. Hoe groot die afstand moet zijn, hangt onder meer af van het aantal kippen in de stal.

Behalve de afstand, zijn er nog andere factoren die bepalen hoeveel geur van een stal vrijkomt. Meer mest leidt, uiteraard, tot meer geur. Daarom is het goed de mest snel, regelmatig en grondig uit de stal te verwijderen, naar een afzonderlijke opslagplaats. Andere middelen om geurhinder te beperkten zijn hoge trekschouwen of ventilatiekokers, struiken en bomen rond de gebouwen, en luchtwassers en aanverwante technologie.

Milieu

Watervoetafdruk

De watervoetafdruk van een product is het volume zoetwater dat wordt gebruikt om het product te produceren, gemeten over de hele productieketen. We tonen een tabel en grafiek die de watervoetafdruk van eieren vergelijken met die van enkele plantaardige en dierlijke alternatieven. Die voetafdruk ligt tussen die van plantaardige producten zoals oliehoudende gewassen en peulvruchten in. In vergelijking met de watervoetafdruk van andere dierlijke producten, is die van eieren dat dus niet hoog.

Bron: Hoekstra
Milieu

Watervoetafdruk

De watervoetafdruk van ei in vergelijking met andere producten.

Milieu

Landgebruik

De grafiek geeft de hoeveelheid land weer die nodig is om eieren en andere voedingswaren te produceren, op de manier zoals dat in de EU gebruikelijk is.

Verwerking

Transport

Milieu

Transport consumptie-eieren

Na het eierpakstation of het eiverwerkend bedrijf zitten de eieren in verpakkingen zoals eikartons, dozen, emmers of trays. Die worden op paletten gestapeld en naar de klant gebracht. Het gebeurt ook, bijvoorbeeld voor vloeibare eiproducten zoals eigeel, dat ze na verwerking in tankwagens worden geblazen die pakweg 25.000 liter inhoud hebben. Dan rijdt die tankwagen bijvoorbeeld naar een industriële klant die er mayonaise van maakt.

Milieu

CO2-voetafdruk

Ingrediënten voor kippenvoer, zoals tarwe, maïs en soja, komen de Benelux binnen uit diverse landen, waaronder Italië, Oekraïne, Brazilië en Argentinië. Strooisel, zoals stro, komt vaak uit eigen land. Van alle transportbewegingen staan deze voor voeder en strooisel in voor het grootste deel van de CO2-uitstoot: zeventien à negentien procent van de hoeveelheid CO2 die tijdens het eiertracé ontstaat. Om dat te verminderen zou het beter zijn grondstoffen voor kippenvoer uit landen dichter bij de Benelux te kopen. Ook de manier waarop de grondstoffen voor het voer worden getransporteerd, speelt een rol. Dat kan gebeuren via schip, trein of vrachtwagen. Bij vervoer per schip komt de minste CO2 vrij, gevolgd door per trein, en daarna per vrachtwagen.

Consumptie

Afval

Milieu

Voedselreststromen

Afgedankte eierschalen horen bij het gft-afval. Maar er zijn ook andere toepassingen denkbaar. Je kan bijvoorbeeld kleine stukjes eierschaal verspreiden rond groenten in je tuin om slakken af te schrikken.

De schalen op je eigen composthoop gooien mag echter niet. Oorzaak zijn de EU-verordeningen 1774/2002 en 1069/2009. Die impliceren dat je keukenafval waarin zich mogelijks dierlijke (bij)producten bevinden, zoals eieren en eischalen, niet zelf thuis mag composteren. Erkende composteringsbedrijven, zoals die waar je gft-afval heen gaat, mogen dat wel.

Milieu

Verpakkingen

Eieren en eiproducten zijn te vinden in enorm veel types verpakkingen: eierkartons, zakken, emmers, trays, bag-in-box, spuitbussen en tetraverpakkingen.

Hou rekening met de sorteerregels als je ze bij het afval gooit. Je vindt ze hier voor Vlaanderen en Brussel, en hier voor Nederland.

Eierdozen zijn meestal gemaakt van recycleerbaar golfkarton. Je kan deze dozen verschillende keren hergebruiken, want ze zijn makkelijk recycleerbaar en biologisch afbreekbaar. Dozen die zijn gemaakt van plastic zijn ook herbruikbaar, maar als je ze moet weggooien wanneer ze versleten zijn, moeten ze bij het restafval.

Milieu

Koolstof over hele tracé

In 2018 gingen onderzoekers van de Universiteit van Oviedo, Spanje, na wat de koolstofvoetafdruk van eieren is, over het hele tracé bekeken. Ze besloten dat die voor eieren niet erg veel verschilt met die voor melk of kippenvlees, maar dat die wel veel lager was dan voor rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, kaas of schelp- en schaaldieren zoals mosselen en garnalen.

Milieu

Milieu en het tracé van ei

In 2018 namen onderzoekers van de Universiteit van Oxford, Verenigd Koninkrijk, en de Zwitserse LCA Research Group de milieu-impact van 42 voedingswaren onder de loep. Ze gebruikten daarvoor levenscyclusanalyses: die brengen de hele levenscyclus, zeg maar het hele tracé, van die producten in rekening.

De onderzoekers bestudeerden negen dierlijke producten: eieren, kaas, vlees van vleeskoeien, vlees van melkkoeien, schapenvlees, varkensvlees, kippenvlees, gekweekte schaaldieren en gekweekte vis. Ze besloten dat eieren, in vergelijking met andere dierlijke producten, een vrij lage milieu-impact hebben. Wat broeikasgasemissies betreft, haalden enkel schapenvlees en rundsvlees van melkkoeien ongeveer even gunstige scores. Wat landgebruik betreft scoorden enkel rundsvlees van melkkoeien, schaaldieren en gekweekte vis iets beter dan eieren. Op het criterium verzuring haalt enkel gekweekte vis een gunstiger score. Dan is er nog vermesting: op dat vlak bleken, volgens dat onderzoek, eieren het meest milieuvriendelijk. Tevens concludeerde het team dat enkel kippenvlees een kleinere watervoetafdruk heeft dan eieren.

Milieu

Plantaardige eiwitten

Ten slotte bestudeerden de wetenschappers de milieu-impact van 33 plantaardige voedingsproducten. Daaruit besloten ze dat plantaardige voeding een lagere milieu-impact heeft dan dierlijke. Ze oordelen dat het daarom beter zou zijn eiwitten en calorieën vaker uit plantaardige bron te halen.

 Ze baseerden hun conclusies op 570 wetenschappelijke studies. De data waarmee ze werkten, hadden betrekking op 38.700 boerderijen en 1.600 verwerkers, verpakkers en retailers.

Comments

Wij kijken uit naar jouw mening!