Deze website gebruikt cookies. Ik ga akkoord met de privacy policy
OK
Filter
Milieu Sociaal Gezondheid Dierenwelzijn toon alles

Hoe werkt dat, zo'n tracé?

In een tracé volg je al scrollend de weg die een product aflegt, van de teelt tot afval. In de menubalk bovenaan klik je op de verschillende stadia in het tracé om meteen te springen naar het stadium waarin je interesse hebt. 

Linksboven staan de vier categorieën Milieu, Sociaal, Gezondheid en Dierenwelzijn. Je kunt de informatie filteren op die categorieën.

Tijdens het scrollen kom je de knop 'Laad meer info over ...'. Druk daarop om alle informatie binnen een stadium te laden.

Tussen de informatieblokjes kom je ook artikels tegen waarin onze journalisten dieper ingaan op een opmerkelijk aspect binnen het tracé van het product. 

Onderaan deze pagina kun je reacties plaatsen over de informatie die je hebt gelezen. Ook op de Community-pagina vind je mogelijkheden om je mening, aanvulling, of compliment te geven.

Veel plezier met dit tracé!

sluiten

Tracé van Appel

hoe werkt dit?
Milieu
Sociaal
Gezondheid
Dierenwelzijn
Milieu
Sociaal
Gezondheid
Dierenwelzijn

Tracé van Appel

filter:

Intro

artikel

Van bloesem tot blozende appel

De appelboom is de meest voorkomende fruitboom in Europa, toch is de Pink Lady, die wordt geïmporteerd uit verdere oorden, aan een opmars bezig. Niet goed voor het milieu en je portemonnee. 

Melissa Vanderheyden

Coördinator van Eos Tracé - wetenschapsjournalist met een master in de evolutie- en gedragsbiologie.

De vooroudersoort van de gedomesticeerde appel (Malus domestica of M. pumila) groeit in Kazachstan, Kirgizstan, Tadzjikistan, Oezbekistan en het westen van China. Ze wordt Aziatisch wilde appel (Malus sieversii) genoemd.

Malus Sieversii. Bron: USDA

Aziatische oorsprong

De appelboom behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae), net als peren, pruimen, aardbeien en kersen. Onder het geslacht Malus vallen acht tot 79 soorten wilde en gedomesticeerde appels. Het aantal soorten hangt af van de persoon aan wie je het vraagt. Het vage onderscheid tussen wat wild is en wat gecultiveerd, veroorzaakt onenigheid. Aziatische appelbomen zijn onderling genetisch veel diverser dan de gecultiveerde appelbomen en dragen vruchten met een breed scala aan vormen, kleuren en smaken.

Met hulp van de vogels

Voordat de mens de appel cultiveerde, deden dieren al aan een vorm van selectief kweken. Vogels aten de kleinste appeltjes, zoals die van Malus baccata. De zaden passeerden het spijsverteringskanaal ongeschonden en kwamen een eindje verderop weer buiten in een kledder vogelpoep. Zo hielpen de vogels de appelboom zich voort te planten en te verspreiden. Zoogdieren, zoals beren of paarden, kozen voor de grootste appels. Zo kregen bomen met vruchten van een bepaalde grootte een voordeel (verspreid worden), en ontstonden na zeven tot tien miljoen jaar tijd nieuwe soorten met verschillende afmetingen van vruchten.

De mens kwam zo’n 5.000 tot 8.000 jaar geleden voor het eerst in aanraking met de Aziatische wilde appel. Daarvoor kenden onze voorouders de Europese wilde appels al wel. Via handelsroutes tussen China en de Donau droegen reizigers zaden van Aziatische appels westwaarts. Onderweg hybridiseerde de Aziatische wilde appel met de Europese wilde appel (Malus sylvestris). Dat leidden wetenschappers af uit archeologische en moleculaire gegevens. De oudste bewijzen dat mensen appels kweekten werden gevonden in Israël en zijn 3.000 jaar oud. Wilde appels werden zo’n 11.000 jaar geleden al verzameld in Europa.

Van cider tot Jonagold

Veel populaire appelvarianten ontstonden in Amerika, waar de kolonisten in de achttiende en negentiende eeuw lustig appels kweekten om cider te brouwen. Op boomgaarden vol zure ciderappels ontstond soms toevallig een appel die ook lekker was om zo op te eten, zoals de varianten Red Delicious, Newtown Pippin en Rhode Island Greening. Andere varianten worden dan weer doelbewust gecreëerd door verder te kweken met appels met de gewenste eigenschappen, zoals een zoete smaak of een rode blos.

De variëteit Jonagold werd in 1966 ontwikkeld in de VS (uit cultivars Jonathan en Golden Delicious) en naar Europa gebracht door de Belg Jef De Coster. Dat verklaart het succes van de appel in het Limburgse Haspengouw.

Een Belle de Boskoop is eerder geschikt om mee te koken.

7.500 appelvarianten

Er bestaan meer dan 7.500 appelvarianten. Sommige eet je onbewerkt, zoals de Jonagold, andere zijn meer geschikt om te koken (bijvoorbeeld Belle de Boskoop/Goudrenet) of om cider van te maken (bijvoorbeeld Rabauw). Het onderscheid is niet zo strikt: je kan eetappels vaak ook gebruiken in de keuken of voor cider. Hoewel er tal van variëteiten of cultivars bestaan, bestaat het grootste deel van de wereldwijde teelt uit een handvol cultivars: Golden Delicious, Delicious, Cox’s Orange Pippin, Rome Beauty, Granny Smith, McIntosh, Jonathan, Braeburn, Fuji, Gala en Jonagold. Van de 7.098 variëteiten die tussen 1804 en 1904 in de VS ontstonden, is 86 procent verloren gegaan.

Teelt

Bron: FOD Economie

In België geteelde appelvariëteiten

De grafiek hiernaast toont de in België geteelde appelvariëteiten. Vooral Jonagold (in totaal 5.534.152 bomen) en Jonagored (2.573.233 bomen) zijn populair. Jonagored is een in Belgisch Limburg ontdekte kleurmutant van Jonagold; zoals de naam al doet vermoeden, is hij roder dan een Jonagold.

In april staan de Belgische appelbomen in bloei. Als het vrouwelijke geslachtsdeel van de bloem, de stamper, bevrucht is, groeit het vruchtbeginsel uit tot een appel. Het vruchtbeginsel is het onderste, verdikte deel van de stamper. Het stengeltje van de bloem verhardt tot hout en wordt het steeltje van de appel. In het kroontje aan de bovenkant van de appel – die wij vaak zien als onderkant – zie je nog steeds de overblijfselen van de kelkbladen en de meeldraden.

Het fruit wordt in houten kisten, ook wel paloxen genoemd, gelegd. Die worden naar de veiling gebracht of gestockeerd in de koelkast, om later verkocht te worden. De appels kunnen ook op het landbouwbedrijf zelf worden gesorteerd en verpakt. Ze worden daarna rechtstreeks aan de consument verkocht of aan handelaars die de appels doorverkopen of exporteren.

In de koelkast tot het juiste moment

Op de fruitveiling worden de appels koel gestockeerd, of meteen gesorteerd, verpakt en verkocht. De koelkasten op de veiling worden gehuurd door telers die een goed moment afwachten om hun appels te verkopen. Dat doen ze op basis van het advies van de veiling, die een beter zicht heeft op vraag, aanbod en prijs. Daardoor kan je het hele jaar door Belgische appels eten.

Klassenverdeling

De appels worden op de veiling eerst voorgesorteerd door medewerkers van de veiling. Vervolgens passeren ze een installatie met 24 camera’s die de kwaliteit meten en drie camera’s die de maten registreren. Die maken een tiental foto’s van elke appel. Op basis van de foto’s wijst de computer de appels een klasse toe, die overeenkomt met een waterkanaal. Via een transportbaan met automatische kleppen komt iedere appel in het juist kanaal terecht.

Identificatie

Alle appels die in hetzelfde waterkanaal dobberen, hebben dezelfde kwaliteit en maat. Ze worden verzameld in een plastic kist met een identificatienummer en gaan samen naar de inpakafdeling of de koelkast, afhankelijk van de kwaliteit en de bestelling.

Wist je dat...

...een appelboom ongeveer vijftien jaar meegaat? In vergelijking met een perenboom, die tot 35 jaar meegaat, is de appelboom dan ook niet echt een lang leven beschoren.

Omdat ze appels met water worden getransporteerd, worden ze het minst beschadigd.

Lang houdbaar

Een appel die rechtstreeks van de boom komt, kan lang bewaard worden. Dat doet de boer door:

1.     De appels te plukken zodra ze volledig ontwikkeld zijn, maar nog niet 100 procent rijp. En wel om te vermijden dat ze snel zacht en melig worden;

2.     Voorzichtig te zijn. Appels zijn gevoelig voor fysieke beschadiging;

3.     De appels zo weinig mogelijk bloot te stellen aan direct zonlicht;

4.     De samenstelling van de lucht aan te passen (zie verder);

5.    De appels te koelen.

Bron: Daniela op Unsplash

Ademende appel

Net als andere fruitsoorten blijven appels na de oogst fysiologisch actief. Eén van die processen is de ademhaling: het fruit neemt zuurstof (O2) op en stoot koolstofmonoxide (CO2) uit. Hoe sneller de ademhaling, hoe sneller het fruit bederft. Appels die in augustus rijp zijn, hebben een relatief snellere ademhaling dan appels die in september geoogst worden. Daarom bewaren herfstappels het best.

Verder rijpen na de oogst

De appel is een climacterische vrucht. Dat wil zeggen dat ze na het plukken nog verder rijpen, wat gepaard gaat met een versnelling van de ademhaling en een stijging van het rijpingshormoon ethyleen. Climacterische vruchten worden geplukt voor ze 100 procent rijp zijn, niet-climacterische vruchten zijn wel rijp bij de oogst. Enkele voorbeelden vind je hiernaast. Als appels koel bewaard worden, met een licht verhoogde CO2-concentratie en bij een luchtvochtigheid tussen 90 en 95 procent, vertraagt hun ademhaling en het rijpingsproces.

Nachtvorst

Nachtvorst kan de oogst veel schade toebrengen. Nadat het in april 2017 een nacht vroor, hebben de appelbloesems zo veel schade opgelopen dat Belgische kwekers verwachtten 68% van hun appels te verliezen

Chemische doorlichting van het effect van neonicotinoïden op bijen

Totale koolstofafdruk van groente- en fruitgewassen.

De koolstofafdruk van verschillende groente- en fruitgewassen per kilogram

Appelbomen in bloei in de Limburgse appel-hotspot Haspengouw.

91 procent van de appelboomgaarden in België staat in Vlaanderen, voornamelijk in Zuid-Limburg en Vlaams-Brabant (Hageland en Pajottenland). In 2012 kwam 62 procent van de Vlaamse appels uit Limburg. Dat is een hoeveelheid van 240.000 à 280.000 ton.

Verwerking

Appelmoes

Moesappels zullen nooit een schoonheidswedstrijd winnen. Ze zijn vaak klein of niet helemaal gaaf, en daarom minder aantrekkelijk voor in de winkelrekken. Dat vermaledijde uiterlijk zegt evenwel niets over hun smaak: verwerkt in appelmoes smaken ze prima. Verschillende appelrassen zijn geschikt als moesappel, op voorwaarde dat de schil niet te donker is. Rode appels geven een roodbruine kleur aan appelmoes. Om dezelfde reden is het best om appels te gebruiken die wel rijp zijn, maar nog niet rood gekleurd. Onrijpe of overrijpe appels zorgen voor een te dunne appelmoes.

Transport

Consumptie

Populaire appel

8,4 kilogram, zoveel appels at de gemiddelde Belg in 2016. Dat is 18 procent van al het fruit dat we eten. Die score plaatst de appel op nummer één qua populariteit in België. De banaan (7,5 kilogram/persoon) en de sinaasappel (7,3 kilogram/persoon) prijken op plaatsen twee en drie. De grafiek hiernaast toont in kilogram hoeveel fruit de gemiddelde Belg at in 2016, voor de meest geliefde fruitsoorten.

Afval