Deze website gebruikt cookies. Ik ga akkoord met de privacy policy
OK
Milieu

Stadslandbouw: worden stedelingen de groenteboeren van morgen?

In de stad worden verse producten dikwijls ingevoerd uit verre oorden. Ook de productie gebeurt lang niet altijd milieuvriendelijk. Stadslandbouw kan een duurzaam alternatief bieden. Maar is het genoeg om het groeiende aantal stedelijke monden te voeden?

Judith Stegen

Judith is masterstudent journalistiek en loopt stage bij Eos Tracé
De plantjes van PLNT.

Net buiten het stadscentrum van Antwerpen staat een container van de start-up PLNT. Het is geen gewone container, maar een bak vol met kleine plantjes. Een paars ledlicht schijnt over de rucola, basilicum, mosterd en andere gewassen, die dicht op elkaar staan: vier niveaus in de hoogte, lange rijen in de lengte. Elke week kunnen hier 1.600 plantjes geteeld worden, waarna een werknemer ze per bakfiets naar deelnemende Antwerpse restaurants brengt. 

Voor het idee vond Niels De Caigny inspiratie op YouTube, waar hij de ene na de andere video over indoor farming zag. ‘Ik had geen ervaring met planten, maar ging er toch mee aan de slag. Samen met medeoprichter Nikolas Sterck ging ik op onderzoek uit. Uiteindelijk kochten we een container bij Urban Crops Solutions.’ Het Belgisch bedrijf verkoopt kant-en-klare containers met het oog op hoogtechnologisch telen. 

‘Onze container is eigenlijk ontwikkeld om een enkele gewassoort te produceren’, zegt De Caigny. ‘Wij zagen zo’n monocultuur niet zitten. We wilden onze toekomstige klanten een breder assortiment kunnen aanbieden. Daarom hebben we veel denkwerk gestoken in een methode om meerdere gewassen in de container te combineren.’

‘De plantjes groeien op substraten gemaakt van kokospulp – afval uit de kokosindustrie. Ze krijgen alles wat ze in de natuur ook nodig hebben.’ Zelfs aan wind is gedacht: doordat de plantjes een beetje worden omvergewaaid, worden ze uit reflex steviger. En al het water dat de planten verdampen, wordt uit de lucht onttrokken en hergebruikt. ’Vergeleken met de conventionele landbouw sparen we gemiddeld 95 procent water uit’, zegt De Caigny.  

‘Met onze verticale tuin slaan we twee vliegen in één klap: we beschermen de natuur van de landbouw en de landbouw van de natuur’
Niels en Hannes van PLNT (de lens van de camera besloeg door de luchtvochtigheid in de container)

Ruimtebesparing leidt tot beperkingen

PLNT is een voorbeeld van stadslandbouw, een vorm van voedselproductie in stedelijke gebieden. ‘De term slaat op alle landbouw binnen een straal van ongeveer vijftig kilometer rondom de stad’, zegt Gordon-Smith, de oprichter van Agritecture. Dat is een Amerikaans adviesbureau dat wereldwijd ondersteuning biedt aan ondernemers die een urban farming-project willen opzetten. 

Binnen dat systeem klinkt het idee van De Caigny en Sterck als een gouden formule. Toch heeft het zijn beperkingen. ‘Verticale landbouw is gericht op ruimtebesparing. Als je gewassen gaat telen die de hoogte in groeien, zoals tomaten, heeft ze niet veel zin’, zegt Gordon-Smith.

‘We zien dat er geëxperimenteerd wordt met gewassen als kerstomaatjes, babykomkommers en aardbeien. We zullen zien hoe stadslandbouw zich gaat ontwikkelen’, aldus Gordon-Smith. ‘Voorlopig richten de meeste initiatieven zich op bladgroenten en kruiden.’

Een ander punt van kritiek is dat indoor-landbouw geen deel uitmaakt van een groter ecosysteem. Daardoor draagt het niet bij aan de biodiversiteit in de natuur. De Caigny ziet dat anders: ‘De reguliere landbouw, vooral die met de grote monoculturen, is heel vervuilend. In de container telen betekent ruimte teruggeven aan de natuur. Wij verstoren geen dieren en spuiten geen pesticiden. Op die manier beschermen we de natuur van de landbouw en de landbouw van de natuur.’

Henry Gordon-Smith (oprichter van Agritecture) + Jeffrey Landau (Director Of Business Development van Agritecture) bij Roof Food in Gent (zie kader onderaan het artikel)

Het recept voor de beste plant

'Stadslandbouw wordt weleens gepresenteerd als een magische oplossing voor alle maatschappelijke problemen, maar niet alle voordelen gelden zomaar voor elke vorm ervan’, zegt socioloog Thomas Kuyper (UAntwerpen), die voor zijn doctoraatsonderzoek doet naar het fenomeen.

‘In een stadsomgeving komt landbouw in diverse gedaantes voor. Er is een hoogtechnologische variant, die streeft naar zoveel mogelijk opbrengst. De laagtechnologische variant speelt meer in op sociale betrokkenheid. Die boeren proberen voedselproductie en natuur te integreren in de stad.’ 

Onder die laatste noemer vallen de klassieke volkstuintjes, daktuinen op flatgebouwen en de gemeenschapstuinen die buurtbewoners samen onderhouden. Daarnaast heb je dan de high-techboerderijen, waar sensoren en computers in een artificiële omgeving helpen om de optimale omstandigheden te creëren waarin gewassen superefficiënt en dikwijls verticaal worden geteeld.  Het zijn twee uiteinden op hetzelfde spectrum. 

Met zijn adviesbureau richt Gordon-Smith zich vooral op de high-techkant van de zaak. Dat heeft praktische redenen: gemeenschapsboerderijen hebben meestal een kleiner budget en minder nood aan advies.

‘In een hermetisch afgesloten omgeving kan je alle variabelen regelen: temperatuur, luchtvochtigheid, licht, het CO2-gehalte, de pH-waarde van het water en de voedingsstoffen voor de planten’, zegt Gordon-Smith. ‘We spreken over ‘plant recipes': al die geoptimaliseerde omstandigheden vormen samen het ideale recept om een plant efficiënt te telen.’ 

Volgens Gordon-Smith heeft die manier van telen veel voordelen. De high-techstadsboer is niet afhankelijk van weersomstandigheden en kan daarom een constante productie van verse groenten en kruiden garanderen. Hij kan het water opvangen en hergebruiken. Pesticiden zijn niet nodig. En: de afstand tot de consument is veel kleiner dan bij de reguliere landbouw. 

Niet alle onderdelen van deze landbouwvorm zijn altijd even duurzaam, denkt Gordon-Smith. ‘Je moet wel groene energie inkopen. Er zijn projecten waarbij dat niet gebeurt. Daar ligt de CO2-voetafdruk veel hoger.’

Ontmoetingsplek

Bij PLNT staan er twee personen aan het roer en is Urban Farmer Hannes De Bisschop verantwoordelijk voor de plantjes. Er zijn andere modellen van stadslandbouw waarbij meer mensen worden ingeschakeld. ‘In het zogenoemde Community Supported Agriculture-model kunnen individuen lid worden van een lokale boerderij’, zegt Kuyper. ‘Zij bieden de boer financiële ondersteuning, en in ruil mogen ze zelf komen oogsten.’

Een groep kan zich ook engageren om samen een gemeenschappelijke tuin, daktuin of een stuk grond te onderhouden. In die landbouwvormen ziet Kuyper een belangrijke sociale factor. ‘Als mensen een gemeenschappelijk doel hebben, zoals samen prei telen waarmee ze daarna kunnen koken, komen ze makkelijker met elkaar in contact. De boerderij of tuin wordt een sociale ontmoetingsplek.’

Het model staat of valt met het engagement van de deelnemers, maar het heeft ook een zekere organisatie van bovenaf nodig. Dat het initiatief bottom-up is en de planning top-down, kan voor spanningen zorgen. ‘De deelnemers moeten zich voldoende eigenaar voelen en moeten genoeg zeggenschap krijgen’, zegt Kuyper. ‘Tegelijk mag je het niet te veel forceren.’

Een ander obstakel is de sociale exclusiviteit: anders dan de klassieke volkstuintjes trekken de moderne stadslandbouwprojecten vaak alleen de hoogopgeleide, witte middenklasse aan. ‘Het is een uitdaging om een meer diverse groep te betrekken.

't Dak van PAKT in Antwerpen.
‘We geloven niet dat stadslandbouw de wereldbevolking van eten gaat voorzien, maar wel dat het een mentaliteitsverandering in gang kan zetten’

Mentaliteitsverandering op het dak

De daken van PAKT, een multifunctionele site met bedrijven en horeca midden in Antwerpen, zijn omgebouwd tot één grote daktuin: ’t Dak van PAKT. Er staan grote bakken vol planten en in het midden is er een serre. Wie via de bruggetjes van het ene naar het andere dak wandelt, waant zich even in de hangende tuinen van Babylon. 

Honderdtwintig leden hebben voor vijftig euro per maand onbeperkt toegang tot het dak. Ze krijgen een vierkante meter ter beschikking om zelf te experimenteren met planten of bloemen. Daarnaast is er een gemeenschappelijk deel waar iedereen de handen uit de mouwen kan steken. Groene vlaggetjes geven aan dat er mag worden geoogst. Verder zijn er kippen, vissen, een keuken en pizza-oven, een sauna en een cursuslokaal.  

‘Vroeger waren dit industriële pakhuizen. Het zijn robuuste gebouwen, maar voor de zwakkere daken moesten we op zoek gaan naar een alternatieve teeltmethode’, legt oprichter Bram Stessel uit. ‘Nu telen we in hooibalen, die veel minder wegen dan teelaarde. Het is een eeuwenoude teelttechniek die de Kelten al gebruikten, maar een beetje in de vergetelheid geraakt is.’ 

Samen met medeoprichter Adje Van Oekelen en een aantal lokale boeren die groenten en kruiden telen zette hij de coöperatie De Volle Grond op. De boeren brengen hun oogst naar PAKT. ‘Op die manier willen we een duurzaam voedselweb creëren. Op de daktuinen telen we fijne gewassen en kunnen we experimenteren, de boeren op het land produceren robuustere gewassen zoals spitskool.’

‘Het speerpunt van PAKT is vooral educatie.’ Hij hoopt dat PAKT kan bijdragen aan de omkering naar een gezonder en duurzamer eetpatroon: ‘We geloven niet dat stadslandbouw de wereldbevolking van eten gaat voorzien, maar het kan wel een mentaliteitsverandering teweeg brengen.'

Boer Bram Stessel bij de kippen op 't Dak van PAKT.

Gesloten kring

Stadslandbouw kan ook een plaats krijgen in de circulaire economie, een productievorm waarbij reststoffen opnieuw worden gebruikt in het systeem. Zo hergebruikt de Brusselse oesterzwammenkwekerij Permafungi koffiegruis afkomstig uit koffiebars als voedingsbodem voor de paddenstoelen. En PLNT gebruikt dan weer CO2-restafval van de industrie in de container. 

Stadslandbouw probeert de kringloop te sluiten, maar dat is niet altijd even makkelijk. Om dat te kunnen, moet je het op een hoger niveau organiseren. Al kan je ook binnen een stadsboerderij zelf inzetten op het gebruik van de reststromen. Sommige stadslandbouwers maken gebruik van aquaponics: de ontlasting van de vissen is de mest voor de planten. De vissen, die op hun beurt de reststromen verwerken, kunnen worden opgegeten en zorgen zo voor dierlijke eiwitten.

Groenten telen in de stad klinkt leuk, maar wat is de invloed van luchtvervuiling op gewassen die in de stedelijke buitenlucht groeien? ‘Het risico bestaat dat bladgroenten schadelijke stoffen uit de lucht opnemen’, zegt Kuyper.

‘Daarnaast moeten we ook rekening houden met de vervuiling van de grond, waar zware metalen in kunnen zitten. Een mogelijke oplossing daarvoor is de hooibalentechniek zoals die van PAKT.’

‘Ik denk niet dat het grootste deel van ons voedsel ooit door stadslandbouw zal worden geproduceerd. Dat aandeel zal eerder 10 à 20 procent zijn’

Het platteland blijft essentieel

Zal een groot deel van onze voeding ooit in stedelijke gebieden worden geproduceerd? ‘Ik denk het niet’, zegt Gordon-Smith. Hij ziet het anders: een deel van het voedsel kan uit de steden komen, maar gewassen die daar niet geschikt voor zijn, zoals mais en soja, blijven ver buiten het stedelijke gebied. ‘Ik schat dat stadslandbouw 10 tot 20 procent van de wereldwijde voedselproductie kan voorzien. Zeker in West-Europa is er minder nood aan stadslandbouw. Hier is de landbouw al efficiënt. De afstanden van serre tot stad zijn kleiner dan in de Verenigde Staten.’  

Om stadslandbouw succesvol te maken, moet de bestuurlijke component worden aangepast, zegt Kuyper. ‘Milieu-, landbouw- en sociaal beleid worden nu gevoerd in verschillende beleidsniveaus en -domeinen. We moeten die terreinen samenvoegen in één model dat de sociale, ecologische en economische doelstellingen combineert.’

De Caigny droomt er ondertussen van om met PLNT de vertical farmuit te breiden. De container ziet hij als pilootproject. Het irrigatiesysteem en de pompen kunnen worden gebruikt voor een oppervlak dat vier keer zo groot is. Maar eerst springt hij op de bakfiets, op zoek naar nieuwe klanten.

Oesterzwammen van Pad en Stoel. Credit: Linde Van Syngel

Stadslandbouwprojecten in Vlaanderen en Brussel

Antwerpen

PLNTvertical farm in een container net buiten de stad

PAKT: daktuinen waar leden samen groenten kunnen telen

Pad en Stoel: paddenstoelenkwekerij in Deurne       

 

Gent

Roof Food: daktuinen gekoppeld aan catering       

Urban Smart Farm: stadsboerderij die kruiden, groenten, vissen en schaaldieren produceert

Goedinge: zelfoogstboerderij net buiten Gent        

 

Brussel

Peas and Love: verticale daktuinen waar leden kunnen oogsten, en waar al het onderhoud in handen is van een community farmer

BIGH: grote stadsboerderij op het dak van de voedselhal Foodmet in Anderlecht, waar serreteelt, teelt in de open lucht en een vissenkwekerij gecombineerd worden

Little food: productie van krekels    

Le Champignon de Bruxelles: champignonkwekerij die gebruik maakt van restproducten van bierbrouwerijen

La ferme urbaine: sociaal project dat jongeren opleidt tot stadsboer en de geteelde gewassen lokaal verkoopt

Permafungi: oesterzwammenkwekerij die gebruikt van koffiegruis          


Leuven

Het project Leuven 2030 is een project om Leuven klimaatneutraal te maken. Ook stadslandbouwprojecten krijgen daarin een plaats.

Daarnaast zijn er wel meer dan dertig CSA-boerderijen doorheen heel Vlaanderen, van Knokke tot Genk. Meer info vind je hier.

Comments

Draag bij en deel hier je kennis & ervaring. Of stel een vraag.

Bronvermelding