Sociaal

Ploeteren op de palmolieplantages

Weinigen weten dat de helft van de producten in een Europese supermarkt palmolie bevat. Nog minder mensen zijn zich bewust van de penibele werkomstandigheden die de Colombiaanse palmoliesector typeert. Ik trok op onderzoek en ontdekte dat zieke arbeiders er als een te schrappen kostenpost worden gezien en vakbonden er geen voet aan de grond krijgen.

Bram Ebus

Onderzoeksjournalist gespecialiseerd in sociaal-ecologische conflicten in Colombia en Venezuela.

Magdalena Medio, Colombia - Een ventilator blaast met een ratelend geluid frisse lucht in het aangezicht van Francisco Calderón (*), die verveeld achter zijn bureau een papieren controlelijst invult. De schouders en rug van de vakbondsman zijn door het zware plantagewerk om zeep geholpen en dus moet hij nu de kwaliteit van palmfruit controleren. Een suf baantje, zeker voor iemand die alleen fysiek werk gewend is. Vrachtwagenchauffeurs rijden continu af en aan en legen hun laadbak vol met palmfruit recht voor het kantoortje van Francisco. De vruchten worden vervolgens verwerkt tot palmoliën bestemd voor onder andere biodiesel en voor zowel de voedingsindustrie (margarine en chocopasta) als de cosmetische industrie (lipstick en crèmes).

Verplichte loonsverlaging

Francisco probeert me uit te leggen aan welke vereisten het palmfruit moet voldoen. Ondertussen wijst een jonge vrachtwagenchauffeur hem op een fout die hij zojuist in het formulier maakte. Francisco is niet opgezet met zijn nieuwe baan. Hij ziet zijn nieuwe positie als een straf voor zijn gezondheidsproblemen. “Het doel van het bedrijf is om geen zieke werknemers te hebben,” moppert hij. “Want zieke werknemers zijn een last. Een te schrappen kostenpost. Al vergeten ze dan wel dat wij stuk voor stuk haast ons leven voor dit bedrijf hebben gegeven.” Francisco moest zijn nieuwe arbeidsplek met een loonsverlaging accepteren.

De volgende dag neemt Francisco me mee naar de plantage waar hij 22 jaar lang werkte. Hij wil me tonen aan welke zware arbeid zijn lichaam ten onder is gegaan. Trillend van de inspanning duwt hij een zware metalen paal met een kapmes aan het uiteinde omhoog. Om het mes vervolgens zo’n tien à twaalf meter boven zijn hoofd tegen de streng van een tros palmvruchten te mikken. Zodra de tros is losgehakt moet Francisco vliegensvlug achteruitspringen – voor zover je van springen kunt spreken met die zware paal in handen – om te vermijden dat hij 10 kilogram palmfruit op zijn groene plastic helmpje krijgt.

Booming business

In de Colombiaanse palmoliesector werken zo’n 180.000 mensen, waarvan slechts 40 procent een vast contract heeft. Veel plantagearbeiders halen hun pensioen niet zonder lichamelijke klachten. Arbeidsomstandigheden zijn zowel in de plantages, waar het palmfruit groeit, als in de verwerkingsfabrieken, waar de oliën gemaakt worden, erg zwaar. De lonen zijn laag (schommelen rond de zeven euro per dag), maar het aankaarten van het ontbreken van vaste arbeidscontracten is in vele palmbedrijven een groot taboe. Wettelijk gezien hebben de arbeiders geen poot om op te staan, waardoor ze makkelijk uit het bedrijf kunnen worden gezet.

Europese consumenten en de uitgeknepen Colombiaanse palmplantagewerkers leven in twee verschillende werelden. In Colombia worden de meeste arbeiders via een coöperatieve aangenomen. De coöperatieve betaalt de arbeiders uit, maar vaak te laat. In hun pensioen en gezondheidszorg moeten ze zelf voorzien, maar dat is vaak te duur voor de onderbetaalde arbeiders

"De Afrikaanse palm, geschikt voor palmolie, werd in 1932 in Colombia geïntroduceerd door de Belg Florentino Claes"

Europese steun

De Afrikaanse palm, geschikt voor palmolie, werd in 1932 in Colombia geïntroduceerd door de Belg Florentino Claes, directeur van van het museum en de botanische tuinen van Brussel. De palmen werden gezaaid in het landbouwstation van de stad Palmira, zij het aanvankelijk voor decoratieve doeleinden. In 1945 installeerde de Amerikaanse multinational United Fruit Company de eerste palmolieplantage in het departement Magdalena.

Nu zijn er 500.000 hectare met Afrikaanse palm in Colombia. Dat maakt van Colombia de op drie na grootste palmolieproducent wereldwijd en met voorsprong de grootste in Latijns-Amerika. De helft van de palmolie wordt in eigen land gebruikt. De overige vijftig procent is voor de internationale markt bestemd en daar is Europa met 60 procent de grootste afnemer. Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië zijn de grootste buitenlandse consumenten van Colombiaanse palmolie.

Bedrijven in de sector krijgen een fiscaal duwtje in de rug in de vorm van belastingkortingen en subsidies. De Europese Unie voegt daar nog enkele wetten die het mixen van brandstof met biobrandstof stimuleren aan toe. Terwijl de groeiende uitvoer naar Europa dan weer extra ondersteund wordt door het vrijhandelsakkoord tussen Colombia en de EU.

"In de palmindustrie zijn de vakbonden die voor arbeidsrechten strijden structureel kapotgemaakt. We hebben het hier over een slachtpartij onder de arbeiders, een regelrechte uitroeiing"

Vakbondsleiders vermoord

Het Latijns-Amerikaanse land is al jarenlang de gevaarlijkste plek voor vakbondslieden. Zo werden er in 2016 in Colombia zomaar eventjes negentien vakbondsvertegenwoordigers vermoord. Ook in de palmindustrie zijn de vakbonden die voor arbeidsrechten strijden structureel kapotgemaakt. “We hebben het hier over een slachtpartij onder de arbeiders, een regelrechte uitroeiing,” zegt Paula Álvarez, een politicologe die onderzoek deed naar de sector voor Oxfam en de Colombiaanse NGO Indepaz. En de dreiging is nog niet voorbij. Integendeel, sinds het ondertekende vredesakkoord met de FARC-guerrilla in 2016 is het geweld in verschillende rurale regio’s zelfs toegenomen. In december 2017 werd een boerenleider die zich uitsprak tegen de palmolie-industrie vermoord door de paramilitairen in het departement Chocó.

"Na massamoorden en gedwongen onteigeningen begonnen palmoliebedrijven land te kopen in de door het conflict getroffen gebieden. Vaak tegen een spotprijs of zelfs zonder dat de eigenlijke eigenaren op de hoogte waren"

Gedwongen onteigeningen

Francisco weet uit eigen ervaring dat het erg moeilijk en gevaarlijk is om vakbondsman te zijn in Colombia. Volgens hem zijn er nog steeds “donkere krachten” aanwezig in de regio en is er van garanties voor veiligheid geen sprake. Zichtbaar geëmotioneerd zit hij in de schaduw van een palmboom als hij herinneringen ophaalt. Tijdens zijn carrière in de sector zijn verschillende van zijn vakbondsmaten vermoord. “We hebben collega’s moeten begraven, maar we gaan door met de strijd,” zegt hij vastberaden.

“Dé manier om (arbeiders)protesten te onderdrukken is de vakbond kapotmaken,” legt Paula Álvarez uit. Maar het geweld was niet uitsluitend tegen de vakbonden gericht. Ook de lokale bevolking moest het vaak ontgelden in gebieden die interessant zijn voor de palmindustrie. “Er is een duidelijke link tussen plekken waar palmbomen worden geplant en waar hevige conflicten plaatsvonden.” Dat geldt voor de regio's Magdalena Medio, Meta, César, Sur de Bolívar in het noorden en oosten van het land en plantage-gebieden aan de Pacifische kust die zich uitstrekt tussen Panama en Ecuador.

Na massamoorden en gedwongen onteigeningen begonnen palmoliebedrijven in de meest door het conflict getroffen gebieden land te kopen. Vaak kon dit tegen een spotprijs of zelfs zonder dat de eigenlijke eigenaren op de hoogte waren, omdat zij voor het conflict op de vlucht waren.

“Anno 2018 hebben een heleboel mensen honger, geen waterleiding en geen sanitaire voorzieningen. Het ploeteren op de palmolieplantages is het enige werk dat er is, en dan nog lang niet altijd”

Uitbuiting troef

Palmoliebedrijven pretenderen aan arbeidsgelegenheid en ontwikkeling bij te dragen, juist in gebieden die getroffen waren door de Colombiaanse burgeroorlog – die al woedt sinds 1964. Volgens Álvarez gebeurt precies het tegenovergestelde. “In palmoliegebieden wordt niet voldaan aan de basislevensbehoeften en de multidimensionale armoede is er groter dan in andere gebieden.” De politicologe legt uit dat mensen in palmregio’s vaak geen keuze hebben. “Anno 2018 hebben een heleboel mensen honger, geen waterleiding en geen sanitaire voorzieningen. Het ploeteren op de palmolieplantages is het enige werk dat er is, en dan nog lang niet altijd.”

Hierdoor hebben veel arbeiders geen geld om hun families te onderhouden, laat staan om hun gezondheidszorg te betalen. “In de palmsector hebben veel mensen gezondheidsklachten,” vertelt Álvarez. Dit heeft niet alleen te maken met de zware arbeid, maar ook met het werken met giftige pesticiden en andere chemicaliën. Álvarez legt uit dat vooral de vrouwelijke arbeiders zwaar getroffen worden. Vrouwen worden doorgaans ingezet voor het besproeien van palmvruchten met herbiciden en pesticiden Zij beschikken vaak niet eens over tijdelijke contracten en worden per dag betaald, omdat de taak van bestuiver niet iedere dag dient te worden uitgeoefend.

"Per dag moet ik 10 hectare met palmbomen besproeien en een mondkapje zou alleen maar afremmen”

Genetisch gemanipuleerde palmen

Op een van de palmolieplantages kom ik Lyda Monterrey (*) tegen. De 45-jarige alleenstaande moeder loopt met een grote snelheid onder de laaghangende palmbladeren van boom naar boom. Zij is een van de tachtig vrouwen op een totaal van 513 werknemers in het bedrijf. In tegenstelling tot de enorme palmen die Francisco ons liet zien, werkt Monterrey met een nieuwe lichting genetisch gemanipuleerde palmen die erg klein zijn. Het lijkt erop dat de bomen tot aan de kruin in de grond zijn gezakt en voor Lyda is de nieuwe en lage generatie van palmen erg praktisch. Ze bestuift elke tros palmvruchten met een herbicide die als een wolk recht voor haar gezicht uitstuift.

“Het is heel erg warm hier,” zegt Lyda als ik haar vraag waarom ze zichzelf niet tegen de herbicide beschermt. Ze vertelt dat ze wel bang is voor de schade die de herbicide kan aanrichten, maar een mondkapje zou in deze hitte toch vooral hinderlijk zijn. Per dag moet ze tien hectare met palmbomen besproeien en volgens haar zou een mondkapje haar alleen maar afremmen. “Er is geen tijd om te rusten, want dan krijg je de taak niet af.”

Bij de ingang van het palmbedrijf botsen we op Alicia Velazquez*. Zij had dezelfde baan als Lyda, maar heeft een nieuwe functie toegewezen gekregen. De voormalige plantagemedewerkster werd twee jaar geleden gebeten door een slang die onderaan een palmboom verstopt zat. Gevolg? Haar been zag twintig dagen volledig blauw en werd daarna groen. Ze heeft na twee jaar nog steeds lupus, een chronische immuniteitsziekte. Alicia werd van de plantage gehaald en werkt nu voor een lager loon bij de receptie van de bedrijfsingang.

“Er zijn steeds meer vrouwen die in de palmoliesector werken, maar zij verdienen veel minder dan de mannen”

Dubbele straf

“Veel vrouwen moeten dit soort werk accepteren,” vertelt Álvarez. “Niet omdat ze het leuk vinden, maar omdat ze het geld nodig hebben.” Net zoals Monterrey zijn er meerdere alleenstaande moeders in de plantages actief. Anderen vullen het inkomen van hun echtgenoot aan om te kunnen zorgen voor hun (vaak grote) families. “Er zijn steeds meer vrouwen die in de palmoliesector werken, maar zij verdienen veel minder dan de mannen,” waarschuwt Álvarez.

Ontbrekende contracten en een mannencultuur in de palmoliesector zorgen ervoor dat de vrouwen geen lid kunnen worden van een vakbond en hun arbeidsrechten nog moeilijker kunnen claimen dan de mannen. De arbeiders die wel lid zijn van een vakbond en met een contract werken, verdienen soms iets extra. Bijvoorbeeld dankzij het binnenhalen van meer kilo’s palmvrucht dan het dagelijkse quotum – dat soms op wel 1600 kilogram staat.

Wanneer iemand gezondheidsklachten krijgt, beginnen de grote problemen. “Als je ziek wordt zijn er twee straffen,” legt Francisco uit. “De ziekte zelf en een lager loon.” Volgens Francisco, die nu zo’n 7,50 euro per dag verdient, krijgen arbeiders bij ziekte andere banen aangeboden waardoor zij buiten het bonussysteem vallen en na een zware loopbaan opnieuw het minimuminkomen verdienen. Dit is niet genoeg om van rond te komen – voor 7,50 euro koop je exact 1 kilogram vlees – en al helemaal niet in regio’s waar alleen maar palmbomen geplant zijn. In het dorp waar Francisco woont, is voedsel erg duur omdat het uit andere regio's geïmporteerd moet worden. Om rond te kunnen komen verkoopt hij eieren en kleding na werktijd.

"De werknemers ontvingen niet genoeg loon om hun schuld af te lossen en kregen daarom niets uitbetaald. Daarom konden ze hun transport niet betalen en zaten ze in feite gevangen”

Regeren in niemandsland

De Colombiaanse palmoliesector gaat een veelbelovende toekomst tegemoet. Grote lappen junglegrond die eerder aan de FARC toebehoorden zijn nu in principe niemandsland. Deze terreinen zonder eigenaar waren bestemd voor arme boeren zonder land, maar kunnen dankzij nieuwe nationale wetgeving nu door bedrijven, onder meer uit de palmoliesector, geclaimd worden. Ver weg van de steden voelen deze bedrijven zich heer en meester.

Karlijn Kuijpers, die voor de Nederlandse ngo SOMO de Colombiaanse palmoliesector onderzocht, spreekt van moderne slavernij. “Ik ken gevallen waarin arbeiders van verafgelegen gebieden werden gehaald. Het bedrijf betaalde zogezegd het transport, maar later bleek dat de arbeiders de kosten zelf moesten afbetalen.” De Nederlandse onderzoekster vertelt dat de werknemers niet genoeg loon ontvingen om hun schuld af te lossen en kregen daarom niets uitbetaald. “Daarom konden ze hun transport niet betalen en zaten ze in feite gevangen.”

Agressieve uitbreiding

Bedrijven breiden zich uit over de rug van hun arbeiders. Zo vindt ook, Carlos Guarnizo, advocaat bij het Colombiaanse Solidarity Center. De expert in arbeidsrecht ziet verschillende redenen voor de opmars van de sector, zoals ketenintegratie, maar erkent dat de winstgevendheid van een palmoliebedrijf wordt verhoogd door het uitbesteden van arbeid. Dat is in de woorden van Guarnizo “een duidelijke schending van hun arbeidsrechten”.

De huidige omvang van de enorme palmplantages in Colombia is volgens Guarnizo pas het begin van de agressieve uitbreiding van de sector. “Sinds het eerste decennium van deze eeuw hebben ondernemers een groeiprojectie die verder gaat dan de bijna 500.000 momenteel geplante hectaren tot maar liefst 2,8 miljoen hectaren, met een fundamentele uitbreiding in de Colombiaanse Orinoco, de regio in het oosten van het land. Hij vertelt dat bedrijven zich niet altijd aan de wet houden als ze uitbreiden.

"Het is heel belangrijk om jonge arbeiders voor vakbondsactiviteiten te motiveren, ook al lopen zij het risico om dan hun baan te verliezen en bedreigd te worden"

Het groene gevaar

In de Magdalena Medio-regio heeft ‘het groene gevaar’ al toegeslagen. Eentonige zeeën van palmplantages domineren het landschap. Francisco sjokt bezweet en vermoeid tussen de palmbomen. De vakbondsman legt uit dat het heel belangrijk is om jonge arbeiders voor vakbondsactiviteiten te motiveren, ook al lopen zij het risico om dan hun baan te verliezen en bedreigd te worden. Een nieuwe generatie arbeiders en vakbondsmannen zal dapper moeten zijn en bedrijven continu met de wantoestanden moeten blijven confronteren. Broodnodig, want volgens experten als Guarnizo en Álvarez zullen arbeidsomstandigheden er voorlopig niet op vooruit gaan. Wel integendeel.

*Francisco Calderón, Lyda Monterrey en Alicia Velazquez zijn fictieve namen.

Bronvermelding

  • De beelden zijn gemaakt door Bram.