Deze website gebruikt cookies. Ik ga akkoord met de privacy policy
OK
Sociaal

Je vleeslust overwin je zo

Als iedereen ter wereld zijn eiwitten uit peulvruchten, noten en paddenstoelen zou halen, kunnen we 3,5 miljard extra mensen voeden, besparen we jaarlijks bijna 75 miljard veedieren een miserabel leven en reduceren we het broeikaseffect met twintig procent. En het scheelt ons nog dichtgeslibde aderen ook. Plantaardig is beter, zoveel is zeker, maar hoe verminderen we onze consumptie van dierlijke producten in een wereld vol verleiding?

Merel Deelder

Journalist - Gespecialiseerd in het ethisch perspectief van milieu, voeding en veeteelt.

Het doet denken aan de vrouw die haar leven lang een overtuigd vegetariër was geweest. Eenmaal dementerend in het bejaardentehuis kon zij haar behoefte aan vlees evenwel niet langer onderdrukken. Haar kinderen verzochten het personeel om hun moeder uitsluitend vegetarisch eten voor te schotelen; zo zou hun moeder het immers gewild hebben toen ze nog bij zinnen was. Maar bij gebrek aan vlees op haar eigen bord, prikte ze in de eetzaal schaamteloos de gehaktballen van haar tafelgenoten weg. Zouden mensen van nature uit dan toch onvervalste carnivoren zijn?

De Chinese performance artiest en fotograaf Liu Bolin staat voor een muur met een grote afbeelding met karkassen van geslachte dieren.

Natuurlijke neiging naar vlees

“Er bestaat bij mensen zeker een biologische component voor het eten van vlees. Bij chimpansees wordt geobserveerd dat 5 procent van hun dieet uit vlees bestaat. Bij mensen verschilt dit enorm per cultuur: Van 0 à 5 procent tot veel hoger in het westen. De assumptie is dat onze voorouders – net als chimpansees – voornamelijk planteneters waren. Bij het ontstaan van de homo sapiens zijn we steeds meer vlees gaan eten.” Aan het woord is professor Siegfried Dewitte, gedragswetenschapper aan de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar motivatie en zelfregulatie bij eten en de culturele evolutie van voedingsgewoonten.

De toename in vleesconsumptie heeft onze evolutie in belangrijke mate gevormd. Grotere breinen konden profiteren van de hoogwaardige proteïnen afkomstig uit vlees. Het jagen op grote dieren en het onderling delen van het vlees heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van menselijke intelligentie. Het beïnvloedde capaciteiten als planning, non-verbale communicatie, de ontwikkeling van taal en samenwerking.

“Maar”, stelt Dewitte, “het feit dat we ertoe geneigd zijn, betekent niet dat we veroordeeld zijn tot het eten van vlees. We kunnen prima zonder.”

Bio-econoom Tessa Avermaete deelt een vergelijkbare visie: “Ik hoor mensen regelmatig zeggen: ‘Ja, maar onze voorouders aten ook vlees. Zo slecht zal het dus niet zijn’. Maar dan vergeten we voor het gemak wel dat we nu amper bewegen. Het land bewerken en zoeken naar voedsel vergt veel calorieën. Na een hele dag stil te hebben gezeten achter een bureau, heb je echt geen 200 gram vlees nodig.”

Avermaete doet onderzoek aan de KU Leuven en heeft zich de afgelopen twee jaar bezig gehouden met het multidisciplinair project Gezocht: Voedsel voor de toekomst. Eén van de conclusies: we moeten minder vlees eten.

De Chinese performance artiest en fotograaf Liu Bolin staat voor een muur met een grote afbeelding met karkassen van geslachte dieren.

Biologisch geprogrammeerd

Dat is nog niet zo makkelijk: “Er is evidentie dat onze behoefte aan vlees diep biologisch is geprogrammeerd”, vertelt Dewitte. “Jagers die vroeger de proteïnen verzorgden, genoten erg veel aanzien. De man die erin slaagde om een mammoet binnen te halen was erg aantrekkelijk. Er gaat dus een statuscomponent gepaard met vlees. Het wordt gezien als een signaal van talent, mannelijkheid en kracht. Die link gaat terug op de zogenaamde kostelijke signalentheorie. Het beste voorbeeld hiervan is de pauwenstaart. Die is bijzonder verkwistend. Maar juist omdat die zo verkwistend is geeft die het signaal dat de pauw het zich kan veroorloven te verkwisten. Jagen wordt ook op deze manier verklaard: de jacht zelf is gevaarlijk en het delen van het vlees met de groep een onnodige, altruïstische daad. Precies dat bezorgt de jager status en succes bij vrouwen. De mens heeft hierdoor een inherente voorkeur voor vlees ontwikkeld.”

Volgens Dewitte heeft vlees hierdoor ook een culturele functie gekregen. In onze cultuur mogen dan nog maar bitter weinig mannen eigenhandig gejaagd vlees op tafel zetten, toch zien we vlees nog altijd als een symbool voor lef en kracht.

“Als je een omnivoor hoort zeggen dat vegetarische voeding niet zo lekker is, dan weet je wel beter: hij weet niet wat hij proeft, hij proeft wat hij denkt”

Smaakperceptie beïnvloed

Dergelijke aan vlees gekoppelde waarden beïnvloeden onze smaakperceptie. In een reeks experimenten aan de Universiteit van Sydney kregen proefpersonen een worstje aangeboden; de ene helft van de groep een vegetarisch worstje (speciaal geselecteerd op de vleesachtige smaak) en de andere helft een runderworstje. Proefpersonen die van tevoren onterecht verteld werden dat zij op het punt stonden een runderworstje te eten – in werkelijkheid kregen zij het vegetarische worstje – beoordeelden dit worstje net zo hoog als zij die daadwerkelijk een runderworstje aten. Andersom gold hetzelfde: zij die dachten dat het echte runderworstje een vegetarisch worstje was, vonden dat ineens niet zo lekker.

De groep proefpersonen was geselecteerd op de mate waarin zij waarde hechten aan dominantie, autoriteit en status, stuk voor stuk met vlees geassocieerde waarden. Voor proefpersonen die veel waarde hechten aan gelijkheid en medeleven (waarden die worden geassocieerd met vegetarisme) gold het omgekeerde: zij beoordeelden het vleesworstje als lekkerder, wanneer zij dachten dat het vegetarisch was.

Onze smaakperceptie wordt dus deels bepaald door onze overtuigingen. Zoals Stijn Bruers, doctor in de moraalfilosofie, omschrijft in zijn boek ‘Weet wie je eet’: “Als je een omnivoor hoort zeggen dat vegetarische voeding niet zo lekker is, dan weet je wel beter: hij weet niet wat hij proeft, hij proeft wat hij denkt.”

“We spreken vaak van een suikerverslaafde economie, maar we zijn evengoed vlees-, zuivel-, en eierverslaafd”

Gewoontedieren

Dankzij overtuigingen zoals ‘vlees is lekker’, ‘vlees is stoer’ en ‘we hebben het nodig’ is vlees een (on)misbaar onderdeel van onze eetcultuur geworden. De afgelopen decennia hebben we daar grootschalige consumptie van eieren en zuivel aan toegevoegd. “Het eten van dierlijke producten is een dagelijkse gewoonte geworden”, stelt Dewitte. “We eten vlees, kaas en eieren bij het avondmaal, tussendoor, op de boterham en zelfs al bij het ontbijt. Veel mensen voelen zich niet goed doorvoed als ze dat niet doen. Terwijl we in werkelijkheid prima zonder kunnen.”

De grote industrieën die steunen op de consumptie en productie van dierlijke producten helpen volgens Dewitte niet in het doorbreken van deze gewoonte: “We spreken vaak van een suikerverslaafde economie, maar we zijn evengoed vlees-, zuivel-, en eierverslaafd. Er is enorm veel bedrijvigheid in en rond de sector die gedomineerd wordt door krachtige marketingstrategieën. Dat staat het afbouwen van de consumptie van vlees en andere dierlijke producten enorm in de weg.”

Een koppel kijkt naar een foto die Liu Bolin maakte van een man die gebodypaint voor een muur met noedels staat.

Vleesparadox

Daarnaast spelen allerlei psychologische processen, die ervoor zorgen dat we ons lapje vlees zonder gewetensproblemen blijven eten. Voor veel mensen is het doden van dieren een ongemakkelijke waarheid. Wetenschappers noemen dit de vleesparadox: de incongruentie tussen ons gedrag (vlees eten) en onze overtuigingen (dieren doden is zielig).

Marta Zaraska, wetenschapsjournalist en auteur van het boek Meathooked, haalt een Brits onderzoek uit 2011 aan om te omschrijven welke cognitieve trucs we gebruiken om dieren die we eten te onderscheiden van dieren die we niet eten. In het onderzoek werd vrijwilligers gevraagd een korte paragraaf te lezen over Bennettboomkangoeroes:
‘Sommige deelnemers kregen een versie van het verhaal te lezen waarin de lokale bewoners de dieren geregeld aten, terwijl anderen algemene informatie over de kangoeroes lazen waarin geen enkele vermelding van de dieren als voedsel voorkwam. Vervolgens moesten ze inschatten hoeveel de kangoeroes zouden lijden als ze pijn werden gedaan. De verschillen waren duidelijk: wie had gelezen dat de kangoeroes vaak worden gegeten, schatte hun vermogen om te lijden rond 7 op 10, bij de anderen lag de score op 9.’

Daarnaast verhullen we de link tussen het vlees op ons bord en een dier met gevoelens door wat psychologen ‘linguïstisch camoufleren’ noemen: ‘We geven het vlees niet de naam van het dier, maar noemen het kotelet, biefstuk of spek.’ Verder omschrijft Zaraska onze neiging om dieren die we op ons bord leggen een lager IQ toe te kennen dan onze huisdieren. Hoe meer we onszelf wijsmaken dat dieren ver van ons afstaan, hoe makkelijker het is om ze te verorberen.

“De link tussen het vlees op ons bord en een dier met gevoelens verhullen we door wat psychologen ‘linguïstisch camoufleren’ noemen: We geven het vlees niet de naam van het dier, maar noemen het kotelet, biefstuk of spek”

Vlees als teken van rijkdom

Dewitte ziet naast de biologische, culturele, economische en psychologische componenten nog een factor voor het eten van dierlijke producten, en dan vooral van vlees: rijkdom. “We zien dat de toename van inkomen positief is verbonden met de consumptie van vlees. Bijna overal waar men rijker wordt, neemt de consumptie van vlees toe. Vooral in ontwikkelingslanden ziet men vleesconsumptie als teken van welvaart.”

Toch is deze trend aan het keren. Avermaete werkte mee aan een onderzoek naar veranderingen in rijkdom en vleesconsumptie wereldwijd. “Wij observeerden dat in rijkere landen de vleesconsumptie een beetje aan het afnemen is. In Scandinavië zien we dat duidelijk gebeuren. Wanneer een samenleving welvarend is, kan een overheid investeren in onderwijs en goede voorlichting over voeding. Zo kan men een nieuwe eetcultuur van kinds af aan inbedden in de samenleving.”

"Het feit dat rijkeren nu minder vlees eten is een fantastische trend, aangezien de lagere klassen dat vanzelf nadoen"

Veganisme als statussymbool

Dewitte verklaart de consumptie-afname vanuit psychologisch oogpunt: “Op het moment dat de lagere klassen ook gemakkelijk toegang hebben tot vlees – het is nu in termen van voedzaamheid per kilo goedkoper dan groente – is het voor de hogere klassen niet langer interessant. Het is een verlangen van mensen om zich te differentiëren van de massa. De rijkere, hogere klasse in een samenleving hoort over de effecten op milieu en gezondheid en springt daar direct bovenop. Ze zijn op zoek naar een kanaal om zich af te zetten krijgen het aangeboden op een presenteerblaadje.”
 
Is de veganistische trend dan enkel vormgegeven door een behoefte om anders te zijn dan de onwetende massa? Dewitte: “Het zijn oerdriften en die spelen bij iedereen. Maar dat maakt het niet kwaadaardig. We worden gewoon gedreven door mooie en minder mooie motieven. Het feit dat rijkeren nu minder vlees eten is een fantastische trend. Aangezien de lagere klassen dat vanzelf nadoen, hoeven we alleen maar te wachten totdat de verschuiving op grote schaal plaatsvindt. Maar, dat is wel een proces dat erg veel tijd nodig heeft. Gelukkig bestaan er allerlei methoden om de transitie te versnellen.”

De Chinese performance artiest en fotograaf Liu Bolin staat voor een muur met een grote afbeelding van een supermarktschap met groente.

Hoe gaan we vaker voor vegan?

Net als in Scandinavië is ook in België de vleesconsumptie aan het dalen; tussen 2012 en 2016 met maar liefst 27 procent, zo blijkt uit Duits onderzoek. Initiatieven zoals Dagen zonder Vlees en Donderdag Veggie Dag dragen hun steentje bij. Zo ziet vegetariërsorganisatie EVA een opmerkelijke stijging van het aantal vegetariërs in steden die meedoen aan één of beide evenementen. Samen met veganismevereniging BE Vegan zijn zij onlangs een nieuwe campagne gestart: Try Vegan. Het idee: veertig dagen vegan eten, met online ondersteuning en recepten.

“Zolang het geen verplichting wordt, kunnen die initiatieven positief uitpakken”, stelt Dewitte. “Mensen die twijfelen kun je zo over de streep trekken, maar je bereikt niet iedereen met zo’n initiatief. Sommigen zal het juist afschrikken en de pro-vlees attitude versterken.”

"De tijd dat de overheid via een reclamespotje een mooie boodschap aan al haar burgers kon sturen en zo een massale gedragsverandering kon creëren is voorbij"

Eiwitvergroening

Ingenieur Jeroen Willemsen pleit daarom voor een veelvoud aan benaderingen voor verschillende doelgroepen. Hij houdt zich sinds twintig jaar bezig met wat hij eiwitvergroening noemt; de terugkeer naar een samenleving die haar eiwitten vooral uit duurzame, plantaardige bronnen haalt. De eerste tien jaar onderzocht hij bij Wageningen University & Research hoe eiwitten te isoleren uit plantaardige bronnen zoals lupine, soja en zeewier. Daarna is Willemsen zelf plantaardige variaties op vlees op de markt gaan brengen. Onder andere de ‘Kipstuckjes’ van de Nederlandse Vegetarische Slager. Inmiddels ondersteunt hij als woordvoerder van Green Protein Alliance overheden, studenten en ondernemers bij het versnellen van de eiwitvergroening.

“We denken vaak dat er één magische oplossing bestaat, maar helaas is dat niet zo. De tijd dat de overheid via een reclamespotje een mooie boodschap aan al haar burgers kon sturen en zo een massale gedragsverandering kon creëren is voorbij. Er zijn ontzettend veel groepen in de samenleving die op verschillende manieren benaderd moeten worden.”

Onwetendheid regeert

Volgens Willemsen bestaan er bijvoorbeeld nog steeds grote groepen die zich niet bewust zijn van de impact van dierlijke producten op het milieu, het dierenwelzijn of hun eigen gezondheid. “Dat aan de massa duidelijk maken, is een belangrijke taak voor de overheid. Daarvoor moet je de consument op een consistente, geloofwaardige manier bereiken. Niet centraal, maar bijvoorbeeld via maatschappelijke initiatieven en retailers, partijen die dicht bij consumenten staan. Andere transities, bijvoorbeeld het scheiden van afval, laten zien dat dat werkt.”

“Daarnaast zijn er ook groepen die zich daar wel van bewust zijn, maar voor wie gedragsverandering nog een lastige stap is. Om die groepen te bereiken betrekken we influencers of rolmodellen; mensen waarmee specifieke groepen zich graag identificeren. Het zijn bekende personen zoals journalisten of diëtisten die met name via sociale media hun volgers mobiliseren om vaker plantaardig te eten. De ene heeft vooral volgers die zich bezighouden met gezondheid, sport of afslanken, de ander bericht meer over milieu-implicaties of dierenwelzijnskwesties. Die diversiteit aan rolmodellen kan volgens mij echt grote impact hebben.”

"Laat het vlees bijvoorbeeld op het fornuis staan en zet de pannen met groenten wel op tafel"

Psychologische trucs

Dewitte oppert nog enkele strategieën die je als individu kunt toepassen, ongeacht tot welke groep je behoort. “We definiëren onze maaltijden nu altijd rond vlees. Mensen zeggen: we eten kip. De groenten en frietjes zijn bijzaak. Op basis van dit idee worden buffetten ook georganiseerd: het vlees heeft altijd een makkelijk toegankelijke, centrale plaats. Uit onderzoek blijkt dat mensen hierdoor meer vlees opscheppen. Wanneer je het vlees verder naar achteren zet, zie je dat mensen juist meer groenten gaan eten. Je kunt dit thuis dus ook makkelijk doen. Laat het vlees bijvoorbeeld op het fornuis staan en zet de pannen met groenten wel op tafel.”

Net omdat gedragsverandering de sleutel is tot succes in deze, is Dewitte niet wild van vleesvervangers: “Die hebben als (onbedoeld) bijeffect dat onze voorkeur niet verandert. Mensen blijven naast hun aardappelen en groenten naar een stuk vlees verlangen. Dan maak je beter gebakken noedels met groenten en peulvruchten zodat je het vlees en de kaas niet mist.”

De Chinese performance artiest en fotograaf Liu Bolin staat voor een muur met een grote afbeelding van een supermarktschap met groente.

Vrouwen, overtuig je man

Naast het reduceren van je eigen consumptie van dierlijke producten, kun je nog meer impact hebben door je omgeving te inspireren hetzelfde te doen. Voor Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is dit een dagelijkse praktijk. Ze doet onder andere onderzoek naar gedragsbeïnvloeding en mens-dier relaties. Zelf is ze flexanist (vegetariër met een hang naar veganisme) en via sociale media bericht zij haar volgers met regelmaat over de consequenties van de moderne veeteelt.

Volgens Vonk kunnen vrouwen een belangrijke rol spelen in de transitie: “Veel meer vrouwen dan mannen eten vegetarisch. Er staat nu een generatie vrouwen op die zegt: eigenlijk ben je een watje als je vlees nodig hebt om je mannelijkheid te tonen. Vrouwen moeten hun mannen verleiden om minder vlees te eten. Ze moeten laten blijken dat ze die vleesconsumptie onaantrekkelijk vinden.”

"Niet te streng zijn voor jezelf is de boodschap en misschien wel het belangrijkste: verleid je omgeving"

De flexibele mens

Af en toe mag het volgens Vonk ook minder subtiel. Afgelopen herfst schreef ze een opiniestuk in NRC, waarin zij stelde dat de vergelijking tussen de bio-industrie en de holocaust ‘niet zo raar’ is. Ze kreeg een golf aan kritiek over zich heen. “Af en toe de knuppel in het hoenderhok gooien, daar ben ik goed in. Het is een effectieve manier om de discussie aan te zwengelen. Al werkt een begripvolle benadering over het algemeen beter. Veroordeel niet, maar zeg iets als: ‘Het is heel logisch dat je vlees at, met de kennis die je toen ter beschikking had. Maar nu hebben we nieuwe info – over dierenwelzijn, milieu en klimaat – en we hebben steeds meer alternatieven, laten we nu eens serieus heroverwegen of het nog steeds zo’n goed idee is.”

Volgens Dewitte is de mens flexibeler dan hij denkt en kunnen we onze voedselvoorkeuren prima veranderen. Niet te streng zijn voor jezelf is de boodschap en misschien wel het belangrijkste: verleid je omgeving. Zodat het ook voor jezelf makkelijker vol te houden wordt om geen vlees meer te eten. Ook niet stiekem in het rusthuis later.

Comments

Draag bij en deel hier je kennis & ervaring. Of stel een vraag.

Bronvermelding