Vaak zijn er meer biggen dan spenen. Sommige varkenshouders lossen dat op door de eerste 24 uur de biggen beurtelings te laten zogen. Daarna kan een deel overgeplaatst worden naar een zeug met minder biggen. Het overplaatsen kan best gebeuren tussen de 24 en de 48 uur na de geboorte. Vroeger dan dat hebben niet alle biggen de kans gehad te zogen en de biestmelk van de moeder, met de nodige antistoffen, op te nemen. Omdat de tepelrangorde 24 tot 48 uur na de geboorte wordt vastgelegd, veroorzaakt het meer stress als de biggen later verplaatst worden. In het begin vechten de biggen om de beste tepels; de tepels vooraan geven iets meer melk dan die achteraan. Na een tijdje bestaat een vaste tepelrangorde, waarbij de sterkste biggen de beste tepels krijgen. Als de biggen daarna worden verplaatst, ontstaan er opnieuw conflicten over de rangorde.